Randstad Uitzendbureau B.V. discrimineert een vrouw door haar contract niet te verlengen vanwege haar zwangerschap.

Randstad Uitzendbureau B.V. discrimineert een vrouw door haar contract niet te verlengen vanwege haar zwangerschap.

Oordeelnummer 2022-38
Datum: 22-04-2022
Trefwoord: Vereenvoudigde procedure Zwangerschap Uitzendarbeid Aangaan arbeidsverhouding Geslacht Zwangerschapsverlof
Discriminatiegrond: Geslacht
Terrein: Arbeid - Overige
Regelingen: Artikel 7:646 lid 5 BW (nieuw) Burgerlijk Wetboek (nieuw) Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen (WGB) Artikel 1c WGB Artikel 7:646 lid 1 BW (nieuw)
Situatie

Een vrouw was gedetacheerd bij een opdrachtgever op basis van drie detacheringsovereenkomsten. Zij stelt dat het uitzendbureau tevreden was over haar functioneren. Nadat zij zwanger werd, besloot het echter om haar contract niet te verlengen. De accountspecialist van het uitzendbureau heeft aangegeven dat haar zwangerschap de reden was om niet te verlengen. Zij heeft dit gesprek opgenomen. Het uitzendbureau stelt dat de uitspraken van de accountspecialist tegen het beleid ingaan. Bovendien is aan de vrouw aangeboden om alsnog een contract aan te bieden, zij is daar echter niet op ingegaan.

Beoordeling

Het staat vast dat de accountspecialist zowel mondeling als schriftelijk aan de vrouw heeft laten weten dat haar contract niet wordt verlengd vanwege haar zwangerschap. Ook heeft hij gezegd tevreden te zijn over het functioneren van de vrouw en dat zij na zes maanden terug mag keren. Dat het uitzendbureau stelt niet achter de uitspraken van de accountspecialist te staan, maakt dit niet anders. Het is immers vaste oordelenlijn van het College dat uitspraken van medewerkers aan de organisatie worden toegerekend. Ten aanzien van het aanbod om toch het contract te verlengen oordeelt het College dat dit aanbod niets afdoet aan het feit dat de accountspecialist eerder de beslissing heeft genomen om niet te verlengen vanwege haar zwangerschap. Het College oordeelt daarom dat het uitzendbureau direct onderscheid op grond van geslacht heeft gemaakt.

Oordeel

Randstad Uitzendbureau B.V. heeft verboden onderscheid gemaakt jegens een vrouw op grond van geslacht


Oordeel
2022-38

Datum: 22 april 2021

Dossiernummer: 2021-0243

Oordeel in de zaak van

[. . . .]

wonende te [. . . .], verzoekster

tegen

Randstad Uitzendbureau B.V.

gevestigd te Amsterdam, verweerster


1 Verzoek

Verzoekster vraagt het College voor de Rechten van de Mens (hierna: College) te beoordelen of verweerster verboden onderscheid op grond van geslacht heeft gemaakt door haar detacheringsovereenkomst niet te verlengen vanwege haar zwangerschap.

2 Verloop van de procedure

Het College heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

  • verzoekschrift van 22 april 2021, ontvangen op dezelfde dag;
  • e-mails van verzoekster van 15 en 27 juli 2021;
  • verweerschrift van 22 december 2021;
  • e-mail van verzoekster van 18 januari 2022;
  • e-mail van verweerster van 8 maart 2022.

Het College heeft op 26 november 2021 aan partijen meegedeeld voornemens te zijn om de zaak vereenvoudigd te behandelen. Partijen hebben hier geen bezwaar tegen gemaakt. Het College heeft daarom geen zitting gehouden en heeft het oordeel uitgesproken op basis van de door partijen overgelegde schriftelijke stukken. Het College heeft het onderzoek gesloten op 11 maart 2022.

3 Feiten

3.1 Verweerster is een uitzend- en detacheringsbureau. Verzoekster is met ingang van 14 maart 2019 via verweerster gedetacheerd bij een opdrachtgever als magazijnmedewerker op basis van drie detacheringsovereenkomsten. De laatste detachering liep van 28 september 2020 tot en met 30 mei 2021. Gelet op de duur van haar werkzaamheden zat verzoekster inmiddels in de zogenaamde fase B van de detacheringsconstructie.

3.2 Verzoekster heeft haar zwangerschap omstreeks eind januari bij verweerster gemeld. Op 18 maart 2021 heeft zij zich ziekgemeld vanwege zwangerschapsgerelateerde klachten.

3.3 Op 21 april 2021 deelt de accountspecialist van verweerster aan verzoekster mee dat haar detacheringsovereenkomst niet wordt verlengd. Verzoekster vraagt hem op 22 april 2021 om de reden van verlenging schriftelijk te bevestigen. De accountspecialist reageert per e-mail.

3.4 Op 26 april 2021 heeft verzoekster telefonisch contact met de verzuimbegeleider van verweerster over de beslissing om niet te verlengen. Verzoekster heeft van dit gesprek een geluidsopname gemaakt. Op 28 april 2021 neemt de partner van verzoekster contact op met de accountspecialist. Deze licht de beslissing om niet te verlengen toe. Van dit gesprek is tevens een geluidsopname gemaakt.

3.5 Op 6 mei 2021 heeft de operationeel manager van verweerster contact gehad met de partner van verzoekster. Per e-mail van 26 mei 2021 biedt zij aan om alsnog de overeenkomst te verlengen.

4 Standpunt verzoekster

Verzoekster stelt dat verweerster onderscheid op grond van geslacht heeft gemaakt. Hoewel verweerster tevreden was met haar functioneren, is haar contract niet verlengd. Dit heeft te maken met haar zwangerschap. Dit heeft de accountspecialist zelf tegen haar gezegd en per e-mail bevestigd. Daarbij heeft hij aangegeven dat zij over zes maanden terug mocht keren wanneer zij weer fit is.

5 Standpunt verweerster

Verweerster betwist dat zij onderscheid heeft gemaakt op grond van geslacht. Zij staat niet achter de uitspraken van de accountspecialist. Het is onjuist dat het haar beleid is om niet te verlengen bij zwangerschap. Bovendien had het contract van verzoekster niet beëindigd hoeven te worden. De operationeel manager heeft immers het aanbod gedaan om haar detacheringsovereenkomst toch te verlengen. Verzoekster is hier echter niet op ingegaan.

6 Beoordeling

6.1 Een werkgever mag geen onderscheid maken tussen mannen en vrouwen bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst (artikel 7:646, eerste lid, BW). De beslissing om een arbeidsovereenkomst (niet) te verlengen, is een beslissing over het (niet) aangaan van een arbeidsovereenkomst. In artikel 1c Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen (WGB) is bepaald dat artikel 7:646 Burgerlijk Wetboek (BW) van overeenkomstige toepassing is in geval een bevoegd gezag een ander onder zijn gezag arbeid laat verrichten, anders dan krachtens arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht of ambtelijke aanstelling. Het College toetst het voorliggende verzoek daarmee aan deze bepaling.

6.2 Van direct onderscheid is sprake indien een persoon op grond van geslacht op een andere wijze wordt behandeld dan een ander in een vergelijkbare situatie wordt, is of zou worden behandeld, met dien verstande dat onder direct onderscheid mede wordt verstaan onderscheid op grond van zwangerschap, bevalling en moederschap (artikel 7:646, vijfde lid, BW).

6.3 Het College stelt vast dat de zwangerschap van verzoekster de reden was om de detacheringsovereenkomst niet te verlengen. Daarbij gaat het College uit van de volgende feiten. Verzoekster heeft op 22 april 2021, een dag na de aanzegging, een e-mail heeft gestuurd aan de accountspecialist van verweerster om hetgeen de voorgaande dag mondeling was besproken, schriftelijk te bevestigen. Specifiek vraagt zij in haar e-mail of het klopt dat haar contract niet wordt verlengd omdat zij zwanger is. De accountspecialist reageert hier bevestigend op. Hij schrijft, voor zover relevant: “(…) We cannot give you a new contract, that's right. We are more than willing to consider a new contract when you're available again.(…) If you return within 6 months you can continue 'Fase B’.” Vast staat ook dat de partner van verzoekster op 28 april 2021 telefonisch contact heeft gehad met de accountspecialist. Verzoekster heeft een geluidsopname van dit gesprek overgelegd. Het College stelt hieruit vast dat de partner van verzoekster erover klaagt dat het contact niet wordt verlengd vanwege zwangerschap, waarop de accountspecialist uitlegt dat het beleid van verweerster is om contracten niet te verlengen met medewerkers die niet kunnen werken vanwege ziekte of zwangerschap. Verder geeft hij aan dat het niet aan verzoekster ligt en dat verweerster juist tevreden is over haar en haar graag terugziet.

6.4 Verweerster heeft hiertegen ingebracht dat de accountspecialist, die niet meer bij haar werkzaam is, uitspraken heeft gedaan waar zij niet achterstaat. Verder betwist zij dat het haar beleid is om contracten van zwangere medewerkers niet te verlengen. Het College benadrukt allereerst dat niet het beleid van verweerster door het College wordt beoordeeld, maar de vraag of in deze specifieke zaak de zwangerschap van verzoekster een rol heeft gespeeld bij de beslissing om de detacheringovereenkomst niet te verlengen. Het is vaste oordelenlijn van het College dat gedragingen van medewerkers aan de organisatie worden toegerekend. Daarom kan de stelling van verweerster dat zij niet achter die uitspraken staat, niet baten.

6.5 Verweerster wijst er verder op dat de accountspecialist tegen het einde van het telefoongesprek van 28 april 2021 zegt dat hij de situatie hogerop gaat bespreken. Hieruit blijkt volgens verweerster dat de besluitvorming over de verlenging nog niet definitief was. Het College volgt verweerster niet in deze stelling. De beslissing om niet te verlengen is op 28 april 2021 aangekondigd en vervolgens bevestigd per e-mail. Ook uit de bewoordingen van de accountspecialist tijdens het gesprek van 28 april blijkt dat de beslissing definitief was. Zo geeft hij aan dat verzoekster recht heeft op een transitievergoeding en een uitkering van het UWV. De opmerking van de accountspecialist dat hij de situatie hogerop gaat bespreken, is een reactie op de mededeling dat verzoekster juridische stappen gaat ondernemen omdat haar contract niet is verlengd vanwege haar zwangerschap.

6.6 Ten slotte heeft verweerster naar voren gebracht dat zij voor het einddatum van het contract heeft aangeboden om toch de detacheringsovereenkomst te verlengen. Dit maakt volgens verweerster de eerdere beslissing ongedaan. Het College stelt vast dat partijen elkaar tegenspreken over de vraag of verweerster dit aanbod heeft gedaan op 6 mei 2021 tijdens een telefoongesprek. Dit kan daarom niet vast komen te staan. Wel stelt het College vast dat verweerster per brief van 26 mei 2021 heeft aangeboden om de detacheringsovereenkomst alsnog te verlengen. Verzoekster stelt dat zij pas kennis heeft genomen van deze brief toen zij terugkwam van vakantie, na het einde van haar contract. Het College overweegt dat wat daar ook van zij, het alsnog aanbieden van een detacheringsovereenkomst niets af kan doen aan het feit dat de accountspecialist eerder de beslissing heeft genomen de overeenkomst niet te verlengen vanwege de zwangerschap van verzoekster. Zoals gezegd, is deze beslissing aan verweerster toe te rekenen. Het College stelt vast dat verweerster hiermee direct onderscheid op grond van geslacht heeft gemaakt.

6.7 Het maken van direct onderscheid op grond van geslacht is verboden, tenzij op het verbod een wettelijke uitzondering van toepassing is. Dit is gesteld noch gebleken. Derhalve oordeelt het College dat verweerster jegens verzoekster verboden onderscheid heeft gemaakt op grond van geslacht door de detacheringsovereenkomst niet te verlengen.

7 Oordeel

Randstad Uitzendbureau B.V. heeft verboden onderscheid gemaakt jegens [. . . .] op grond van geslacht.

Aldus gegeven te Utrecht op 22 april 2022 door prof. dr. B. Böhler, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. G.E. Rovere Flores, secretaris.





prof. dr. B. Böhler
namens deze,
prof. dr. J. Morijn
collegelid

mr. G.E. Rovere Flores

Samenvatting oordeel