T-Mobile discrimineert een man door geen abonnement met toestelkrediet met hem af te sluiten omdat hij geen Nederlands paspoort kon overleggen.

T-Mobile discrimineert een man door geen abonnement met toestelkrediet met hem af te sluiten omdat hij geen Nederlands paspoort kon overleggen.

Oordeelnummer 2022-51
Datum: 16-05-2022
Trefwoord: Aanbieden van of verlenen van toegang tot goederen en diensten Kredietverlening Nationaliteit Zakelijke dienstverlening Aanbieden goederen en diensten
Discriminatiegrond: Nationaliteit
Terrein: Goederen en diensten - Overige
Regelingen: Artikel 1 AWGB Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) Artikel 7 lid 1 AWGB Artikel 7 AWGB

Situatie

De man heeft vier jaar lang een Sim Only abonnement gehad bij BEN, een handelsnaam van T-Mobile Netherlands Holding B.V. (hierna: T-Mobile). Op enig moment wilde hij zijn abonnement omzetten in een abonnement met toestelkrediet. Bij een toestelkrediet sluit de klant een telefoonabonnement af en een toestelkredietovereenkomst. Die toestelkredietovereenkomst houdt in dat de klant een telefoon van T-Mobile ontvangt, die de klant verspreid over 12 of 24 maanden afbetaalt.

T-Mobile hanteert een specifiek acceptatiebeleid bij het afsluiten van een abonnement met toestelkrediet. In het acceptatiebeleid is onder andere bepaald hoe potentiële klanten zich moeten legitimeren. Bij een abonnement met toestelkrediet wordt er een beperkt aantal documenten geaccepteerd waarmee de klant zich kan legitimeren, waaronder een Nederlands paspoort of identiteitskaart, of een Nederlands rijbewijs. Daarnaast accepteert T-Mobile een aantal verblijfsdocumenten. Op dit acceptatiebeleid is een uitzondering; op het moment dat een klant minstens een jaar lang een Sim Only abonnement heeft gehad, kan de klant wel een toestelkrediet krijgen.

De man heeft een Italiaans paspoort, en is niet in het bezit van een van de hierboven genoemde documenten. Hij heeft bij een onafhankelijke telecomaanbieder een aanvraag gedaan voor een abonnement van T-Mobile met toestelkrediet. Deze aanbieder heeft de aanvraag van de man afgewezen. Toen de man zich tot de klantenservice van T-Mobile wende, werd hem medegedeeld dat hij geen abonnement met toestelkrediet kan afsluiten, omdat hij geen Nederlands paspoort heeft.

Beoordeling

Het is T-Mobile niet toegestaan om te discrimineren op nationaliteit bij het verstrekken van telefoonabonnementen. Het acceptatiebeleid dat T-Mobile voert is al eerder aan het College voorgelegd. Op zichzelf levert dit geen verboden onderscheid op nationaliteit op (zie oordeel 2022-52 van dezelfde dag), maar dat betekent niet dat bij de uitvoering van het beleid geen verboden onderscheid gemaakt wordt. Die uitvoering toetst het College in deze zaak.  

T-Mobile heeft de aanvraag van de man om een abonnement met toestelkrediet af te sluiten geweigerd omdat hij geen Nederlands paspoort kon overleggen ter identificatie. T-Mobile heeft niet ontkend dat dit zowel bij het telefonisch contact met de Klantenservice als bij communicatie via Facebook als reden voor de afwijzing gegeven is. Tegelijkertijd kwam de man op basis van de uitzondering op het acceptatiebeleid juist wel in aanmerking voor een abonnement met toestelkrediet. De man heeft immers al langer dan een jaar een Sim Only abonnement bij T-Mobile.

Het feitelijk handelen van T-Mobile komt er dan ook op neer dat de man geen abonnement met toestelkrediet heeft kunnen afsluiten omdat hij geen Nederlands identiteitsbewijs heeft overgelegd. T-Mobile heeft niet onderzocht of de man op basis van andere criteria van het acceptatiebeleid toch een toestelkrediet zou kunnen krijgen. Zodoende vormde het feit dat de man niet de Nederlandse nationaliteit heeft in dit geval een onoverkomelijke barrière voor het krijgen van een toestelkrediet. Door deze handelwijze heeft T-Mobile jegens de man direct onderscheid op grond van nationaliteit gemaakt. Er is geen wettelijke uitzondering van toepassing.

Oordeel

T-Mobile heeft de man gediscrimineerd op grond van zijn nationaliteit.


Oordeel 2022-51

Datum: 16 mei 2022

Dossiernummer: 2021-0329

Oordeel in de zaak van

[….]

wonende te [….], verzoeker

tegen

T-Mobile Netherlands Holding B.V.

gevestigd te 's-Gravenhage, verweerster

1        Verzoek

Verzoeker vraagt het College om te beoordelen of verweerster verboden onderscheid op grond van nationaliteit heeft gemaakt door geen telefoonabonnement met toestelkrediet met hem af te sluiten omdat hij geen Nederlands paspoort kon overleggen.

2        Verloop van de procedure

2.1     Het College heeft kennis genomen van de volgende stukken:

  • verzoekschrift van 1 juni 2021, ontvangen op dezelfde dag;
  • verweerschrift van 21 januari 2022.

2.2     Het College heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 april 2022. Partijen zijn verschenen. Verweerster werd vertegenwoordigd door [….] (senior legal counsel), die werd vergezeld door [….] (senior fraud specialist).

2.3     Het College heeft de zaak ter zitting gelijktijdig behandeld met een soortgelijk verzoek over het handelen van verweerster. In die zaak heeft het College op gelijke datum oordeel 2022-52 uitgebracht.

3        Feiten

3.1     Verzoeker heeft een Italiaans paspoort. Verweerster is een telecomprovider.  Verzoeker heeft gedurende vier jaren een Sim Only abonnement gehad bij BEN. BEN is een handelsnaam van verweerster. Een Sim Only abonnement is een abonnement zonder telefoon; verzoeker maakte gebruik van een eigen telefoon. Op 31 mei 2021 wilde verzoeker een nieuw abonnement bij BEN afsluiten, ditmaal een abonnement met toestelkrediet. Bij een toestelkrediet sluit de klant een telefoonabonnement af en een toestelkredietovereenkomst. Die toestelkredietovereenkomst houdt in dat de klant een telefoon van verweerster ontvangt, die de klant verspreid over 12 of 24 maanden afbetaalt.

3.2     Verweerster hanteert een specifiek acceptatiebeleid bij het afsluiten van een abonnement met toestelkrediet. In het acceptatiebeleid is onder andere neergelegd hoe potentiële klanten zich moeten legitimeren. Bij een abonnement met toestelkrediet wordt er een beperkt aantal documenten geaccepteerd waarmee de klant zich kan legitimeren, waaronder een Nederlands paspoort of identiteitskaart, dan wel een Nederlands rijbewijs. Daarnaast accepteert verweerster een aantal verblijfsdocumenten, te weten: een verblijfsvergunning Type I t/m IV, een verklaring van inschrijving bij de IND, een verblijfsdocument Europese Unie/Europese Economische Ruimte, een verblijfsdocument ‘Duurzaam verblijf burgers van de Unie’ of een geprivilegieerdendocument.

3.3     Verzoeker heeft op 31 mei 2021 op de website van een derde, een dealer, een aanvraag gedaan voor een abonnement met toestelkrediet. Een dealer is een onafhankelijke telecomaanbieder, die abonnementen van verweerster verkoopt.  De dealer wees de aanvraag van verzoeker om onduidelijke redenen af. Omdat de dealer hem niet verder kon helpen, heeft verzoeker zich tot de klantenservice van verweerster gewend. Toen werd hem medegedeeld dat verzoeker geen abonnement kon afsluiten omdat hij geen Nederlands paspoort heeft. Later heeft verzoeker nog contact gehad met verweerster via Facebook. Ook op dat moment werd hem medegedeeld dat hij geen abonnement met toestelkrediet kon afsluiten, omdat hij niet over de juiste legitimatiedocumenten beschikte.

4        Standpunt verzoeker

Verzoeker stelt dat verweerster hem discrimineert op grond van zijn nationaliteit. Ondanks het feit dat verzoeker vier jaren lang klant geweest is bij verweerster, en acht jaren in Nederland woont, weigert verweerster een telefoonabonnement met toestelkrediet met hem af te sluiten. Andere providers accepteren wel buitenlandse paspoorten na het stellen van een aantal extra vragen. Verzoeker vindt het erg dat verweerster mensen gelijk uitsluit op basis van hun paspoort.

5        Standpunt verweerster

Verweerster betwist dat zij verzoeker discrimineert op grond van nationaliteit. Verweerster heeft voor het afsluiten van abonnementen een acceptatiebeleid opgesteld. Op basis van dat beleid komen personen met een buitenlands paspoort niet in aanmerking voor een abonnement met toestelkrediet. Dit leidt niet tot direct onderscheid op grond van nationaliteit, omdat dit beleid voor alle consumenten met een buitenlands paspoort geldt. Dit beleid leidt weliswaar tot indirect onderscheid, maar hiervoor bestaat een objectieve rechtvaardiging. Dit is eerder erkend in de jurisprudentie van het College. Verweerster biedt deze klanten bovendien twee andere opties: zij kunnen een abonnement afsluiten met een volledig afbetaald toestel, of een Sim Only abonnement afsluiten en dit na de eerste contractstermijn van 12 of 24 maanden verlengen. Op dat moment kan er wel een toestelkrediet afgesloten worden, ongeacht de wijze van legitimeren. Verzoeker kwam in aanmerking voor die tweede optie, omdat verzoeker al een Sim Only abonnement bij BEN had. Dit is ten tijde van de aanvraag van verzoeker ten onrechte niet erkend.

6        Beoordeling

6.1     Het is verboden om onderscheid op grond van nationaliteit te maken bij het aanbieden van of het verlenen van toegang tot goederen of diensten of bij het sluiten, uitvoeren of beëindigen van overeenkomsten ter zake, indien dit geschiedt in de uitoefening van een bedrijf (artikel 1, in samenhang met artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Algemene wet gelijke behandeling (hierna: AWGB)). Verweerster biedt als telecombedrijf abonnementen met toestelkrediet aan en sluit hiertoe overeenkomsten. De weigering van  verweerster om verzoeker een telefoonabonnement met toestelkrediet te verstrekken, valt onder de reikwijdte van dit wettelijk kader.

6.2     Het begrip ‘nationaliteit’ in de AWGB moet worden begrepen als nationaliteit in staatkundige zin en is onafhankelijk van de feitelijke woon- en verblijfplaats. Verzoeker stelt dat verweerster jegens hem onderscheid maakt op grond van zijn Italiaanse nationaliteit. Hij kan daarom een beroep doen op de bescherming die de AWGB biedt.

Is er sprake van onderscheid op grond van nationaliteit?

6.3     Onder het begrip ‘onderscheid’ wordt zowel direct als indirect onderscheid begrepen (artikel 1, eerste lid, van de AWGB). Van direct onderscheid op grond van nationaliteit is sprake als iemand vanwege diens nationaliteit anders wordt behandeld dan anderen in een vergelijkbare situatie. Van indirect onderscheid op grond van nationaliteit is sprake wanneer een neutraal geformuleerde bepaling, maatstaf of handelwijze tot gevolg heeft dat personen vanwege hun nationaliteit bijzonder worden getroffen.

6.4     Het College stelt voorop dat verzoeker op basis van het acceptatiebeleid van verweerster in aanmerking komt voor een abonnement met toestelkrediet. Verzoeker heeft immers al langer dan een jaar een Sim Only abonnement gehad bij verweerster. Verweerster betwist dit niet.

6.5     Het College stelt echter vast dat verweerster de aanvraag van verzoeker om een abonnement met toestelkrediet af te sluiten heeft geweigerd omdat hij geen Nederlands paspoort kon overleggen ter identificatie. Onbetwist is dat dit zowel bij het telefonisch contact met de Klantenservice van verweerster als bij de communicatie via Facebook als reden voor de afwijzing gegeven is.

6.6     Ook tijdens dit contact met de klantenservice hebben de medewerkers van verweerster niet opgemerkt dat verzoeker op basis van het door verweerster gevoerde beleid, wel degelijk in aanmerking komt voor een abonnement met toestelkrediet. Verweerster hanteert immers expliciet het beleid dat klanten hun Sim Only abonnement kunnen upgraden naar een abonnement met toestelkrediet, ongeacht hun identiteitsbewijs. Dat is mogelijk na de eerste contractstermijn van 12 of 24 maanden. Na de eerste contractstermijn zou verweerster namelijk voldoende zekerheid hebben over de verblijfsintentie van de klant.

6.7     Het feitelijk handelen van verweerster komt er dan ook op neer dat verzoeker geen abonnement met toestelkrediet heeft kunnen afsluiten omdat hij geen Nederlands identiteitsbewijs heeft overgelegd. Na deze constatering heeft verweerster nagelaten om te onderzoeken of verzoeker op basis van andere criteria van het acceptatiebeleid hiervoor in aanmerking  zou komen. Zodoende vormde het gegeven dat verzoeker niet de Nederlandse nationaliteit heeft in dit geval een onoverkomelijke barrière voor het krijgen van een toestelkrediet. Door deze handelwijze heeft verweerster jegens verzoeker direct onderscheid op grond van nationaliteit gemaakt (zie ook College voor de Rechten van de Mens 5 juli 2019, 2019-66).

Is het onderscheid verboden?

6.8     Direct onderscheid is verboden tenzij voor het onderscheid een wettelijke uitzondering bestaat. Gesteld noch gebleken is dat daar hier sprake van is. Het College oordeelt om die reden dat het gemaakte onderscheid verboden is.

6.9     Ten overvloede merkt het College op dat in het verleden is vastgesteld dat het acceptatiebeleid van verweerster omtrent abonnementen met toestelkrediet in zijn algemeenheid niet leidt tot verboden onderscheid op grond van nationaliteit (zie Commissie Gelijke Behandeling 25 november 2011, 2011-168; recent bevestigd in College voor de Rechten van de Mens 16 mei 2022, 2022-52). Doordat de regels en criteria binnen het acceptatiebeleid van verweerster niet direct refereren aan de nationaliteit van klanten, levert dit acceptatiebeleid in zijn algemeenheid – slechts – indirect onderscheid op grond van nationaliteit op, waarvoor een objectieve rechtvaardiging valt aan te dragen. Dat betekent echter niet automatisch dat verweerster bij de uitvoering van dat beleid nimmer verboden onderscheid maakt op grond van nationaliteit. Bij een verzoek om een oordeel oordeelt het College over het handelen van verweerster in de individuele situatie van de verzoeker. Ook als het beleid in zijn algemeenheid geen verboden onderscheid oplevert, kan dat met betrekking tot het feitelijk handelen in de individuele situatie anders zijn. Bijvoorbeeld, zoals in deze zaak, omdat het feitelijk handelen in die individuele situatie wel direct onderscheid oplevert en de wet geen uitzondering bevat die het maken van dit directe onderscheid toestaat.

7        Oordeel

Verweerster heeft verboden onderscheid gemaakt jegens verzoeker op grond van nationaliteit.

Aldus gegeven te Utrecht op 16 mei 2022 door mr. dr. J.P. Loof, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. H. Jans, secretaris.

mr. dr. J.P. Loof      

mr. H. Jans

Samenvatting oordeel