De Polderei discrimineerde twee vrouwen van Chinese afkomst door, in een reactie op hun review over hun restaurantbezoek te schrijven “Wij nuchtere Hollanders trappen daar niet in, jammer hè”. De Polderei behandelde hun discriminatieklacht zorgvuldig.

De Polderei discrimineerde twee vrouwen van Chinese afkomst door, in een reactie op hun review over hun restaurantbezoek te schrijven “Wij nuchtere Hollanders trappen daar niet in, jammer hè”. De Polderei behandelde hun discriminatieklacht zorgvuldig.

Oordeelnummer 2022-65
Datum: 13-06-2022
Trefwoord: Aanbieden van of verlenen van toegang tot goederen en diensten Klachtbehandeling Dienstverlening Aanbieden goederen en diensten Bejegening Ras Horeca Bevoegdheid College
Discriminatiegrond: Ras
Terrein: Goederen en diensten - Uitoefening beroep of bedrijf
Regelingen: Artikel 7 AWGB Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) Artikel 1 AWGB Artikel 7 lid 1 AWGB

Situatie

Twee vrouwen van Chinese afkomst bestellen een maaltijd in restaurant de Polderei. Als zij de maaltijd geserveerd krijgen, spreken zij de kok en eigenaar van het restaurant erop aan dat er haren in het eten zitten. Daarop volgt een discussie, en verlaten de vrouwen het restaurant. Dezelfde avond schrijven zij een review op Google: “We order the course chicken Saté - nice presentation. Buuut!!! there are at least four suspicious black strings - look like human hair in the dish.” De eigenaar van de Polderei reageert daarop met: “Maar om nou te verzinnen dat er schaamharen in jullie eten aanwezig waren om een gratis maaltijd te krijgen, sorry maar wij nuchtere Hollanders trappen daar niet in, jammer hé.” Daarna volgt nog een woordenwisseling tussen partijen op het Google platform. De vrouwen dienen een discriminatieklacht in bij de Consumentenbond en het restaurant zelf. Volgens de vrouwen is sprake van discriminatoire bejegening. Ook vinden zij dat hun discriminatieklacht niet zorgvuldig is behandeld. De Polderei betwist dit.

Beoordeling

Het is de Polderei verboden om onderscheid te maken op grond van ras bij haar dienstverlening als restaurant (artikel 1 en artikel 7 van de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB)). Dit verbod omvat ook de plicht om zich te onthouden van discriminatoire bejegening.

Kan het College de zaak beoordelen?

Het College is van oordeel dat de uitlatingen van het restaurant op het Google platform vallen onder het begrip ‘dienstverlening’ van de AWGB. De door de Polderei gedane uitspraken hangen namelijk onlosmakelijk samen met de dienstverlening in het restaurant. Partijen hebben , met hun reacties over en weer op het Google platform, feitelijk de in het restaurant gevoerde discussie voortgezet. Dit wordt bevestigd doordat de Polderei de vrouwen in haar reacties direct aanspreekt. Het College kan de zaak dan ook beoordelen.

Discriminatoire bejegening?

Het College is van oordeel dat de Polderei de vrouwen discriminatoir heeft bejegend op grond van hun Chinese afkomst door te schrijven: “Wij nuchtere Hollanders trappen daar niet in, jammer hè.” Door het gebruik van “wij” worden de vrouwen als ‘anders’ aangemerkt. Uit de context blijkt dat de Polderei nuchterheid als positieve eigenschap aanmerkt die de vrouwen op basis van hun Chinese afkomst niet zouden hebben. De woorden krijgen een extra negatieve lading doordat de Polderei opwerpt dat de vrouwen uit waren op een gratis maaltijd, waarbij de woorden “jammer hè”, als denigrerend kunnen worden aangemerkt.

Behandeling discriminatieklacht

Het verbod om onderscheid te maken op grond van ras in de zin van de AWGB valt ook een zorgplicht om een klacht over discriminatie zorgvuldig te behandelen. 

De vrouwen hebben een discriminatieklacht ingediend bij de Consumentenbond. Het College merkt deze klacht niet aan als klacht waarop de AWGB van toepassing is. Van belang is dat het niet vast staat dat de klacht het restaurant heeft bereikt.

De vrouwen hebben ook een klacht ingediend bij de Polderei zelf. Op deze klacht heeft het restaurant snel gereageerd. Hoewel de vrouwen zich niet kunnen vinden in de inhoud van de reactie, heeft het restaurant hiermee klacht wel zorgvuldig genoeg behandeld.

Oordeel

De Polderei heeft jegens twee vrouwen verboden onderscheid gemaakt grond van ras bij de bejegening en geen verboden onderscheid gemaakt bij de klachtbehandeling.


Oordeel 2022-65

Datum: 13 juni 2022

Dossiernummer: 2021-0578

Oordeel in de zaak van

[. . . .],

wonende te [. . . .] en

[. . . .],

wonende te [. . . .], verzoekende partij

tegen

De Polderei

gevestigd te Anna Paulowna, verwerende partij

1        Verzoek

Verzoekende partij vraagt het College om te beoordelen of verwerende partij jegens haar verboden onderscheid op grond van ras heeft gemaakt door haar discriminatoir te hebben bejegend in reacties op haar review, en door discriminatieklachten niet zorgvuldig te hebben behandeld.

2        Verloop van de procedure

2.1     Het College heeft kennis genomen van de volgende stukken:

  • verzoekschrift van 23 september 2021, ontvangen op dezelfde dag;
  • e-mails van verzoekende partij van 4, 13 en 24 december 2021;
  • verweerschrift van 11 maart 2022.

2.2     Het College heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 mei 2022. Partijen zijn verschenen. Verwerende partij werd vertegenwoordigd door [. . . .], eigenaar.

2.3     Verzoekende partij heeft na afloop van de zitting desgevraagd een aanvullend document naar het College gestuurd, wat op 4 mei 2022 is ontvangen. Verwerende partij is op 12 mei 2022 in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren, van welke gelegenheid verwerende partij op 16 mei 2022 gebruik heeft gemaakt. Op laatstgenoemde datum heeft het College het onderzoek gesloten.

3        Feiten

3.1     Verzoekende partij heeft de Chinese nationaliteit. Zij gaat op 5 september 2021 eten in het restaurant van verwerende partij. Als verzoekende partij haar eten geserveerd krijgt, volgt er een discussie tussen verzoekende partij enerzijds en de kok en de eigenaar van verwerende partij anderzijds over haren in het eten.

3.2     Verzoekende partij schrijft dezelfde avond in een ‘Google review’: “We order the course chicken Saté - nice presentation. Buuut!!! there are at least four suspicious black strings - look like human hair in the dish. (…) Did not finish the dish after this shocking discovery . Paid the full price and left.”

3.3     Verwerende partij plaatst daarop de volgende reactie op het Google platform: “Eerst wilt u een patatje mee nemen, dan besluit u een hele kipsaté te bestellen welke u wilde delen met uw vriendin, dan bestelt u er toch maar twee. Het was mij overduidelijk dat dit te veel voor jullie was. Maar om nou te verzinnen dat er schaamharen in jullie eten aanwezig waren om een gratis maaltijd te krijgen, sorry maar wij nuchtere Hollanders trappen daar niet in, jammer hé.” Daarop schrijft verzoekende partij een reactie, waarop verwerende partij schrijft: “U zegt dat ik discrimineer maar dat heeft hier niets mee te maken, ik discrimineer helemaal niemand. De tekst "wij nuchtere Hollanders" is een Nederlandse uitspraak, en gezien u overduidelijk toerist bent hier (u zei zelf dat dit de laatste avond van uw "journey" was) noemde ik deze opmerking, omdat wij "nuchtere Hollanders" nooit zo een stennis zouden schoppen.”

3.4     Verzoekende partij dient op 7 september 2021 bij de Consumentenbond een klacht in over onder andere discriminatie. Op 12 oktober 2021 dient Art. 1 Midden Nederland namens verzoekende partij een discriminatieklacht in bij verwerende partij. Daarop reageert verwerende partij met een e-mail van 13 oktober 2021.

4        Onderscheid bij de bejegening door de gegeven reacties op Google review?

Standpunt verzoekende partij
Verwerende partij heeft verzoekende partij gediscrimineerd op grond van haar Aziatische afkomst. Verwerende partij stigmatiseerde verzoekende partij door in haar reactie op de Google review te beweren dat zij uit zou zijn geweest op een gratis maaltijd omdat zij dat niet zou kunnen betalen. Daarbij gebruikte verwerende partij discriminerende woorden door te schrijven: “Wij nuchtere Hollanders trappen daar niet in”.

Standpunt verwerende partij
Verwerende partij betwist dat zij verzoekende partij heeft gediscrimineerd. “Wij nuchtere Hollanders" is geen discriminerende uitlating maar een bekende uitdrukking. Dit zou verwerende partij tegen elke toerist zeggen ongeacht welke afkomst. Al is het een Belg, Duitser, Fransman, of zoals in dit geval dus een Chinese. Verzoekende partij vertelde tijdens het bezoek aan het restaurant dat het haar laatste dag van een reis was, waarop verwerende partij opmaakte dat zij toerist was.

Beoordeling
4.1     Het College legt het begrip ras in de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) overeenkomstig het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van elke vorm van rassendiscriminatie, ruim uit. Het begrip omvat tevens huidskleur, afkomst en nationale of etnische afstamming (Kamerstukken II 1990-91, 22 014, nr. 3, p. 13). Verzoekende partij is van Chinese afkomst en stelt dat verwerende partij haar discriminatoir heeft bejegend op grond van haar Chinese dan wel Aziatische afkomst. Zij kan dan ook een beroep doen op de bescherming van de grond ras van de AWGB.

4.2     Het is een aanbieder van goederen en diensten verboden om onderscheid op grond van ras te maken bij het aanbieden van of verlenen van toegang tot goederen en diensten, indien dit geschiedt in de uitoefening van een bedrijf (artikel 7, eerste lid, aanhef, en onderdeel a, AWGB, in samenhang met artikel 1 AWGB). Verwerende partij is als exploitant van een restaurant gehouden aan dit verbod. De verplichting van een aanbieder van goederen of diensten om zich te onthouden van ongelijke behandeling omvat tevens de plicht om zich te onthouden van discriminatoire bejegening.

Kan het College de zaak beoordelen?
4.3     Het College stelt voorop dat het begrip ‘dienst’ van artikel 7 AWGB breed dient te worden geïnterpreteerd (Kamerstukken II 1991-92, 22014, nr. 3, p. 15). Dit volgt ook uit vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) bij de uitleg van Richtlijn 2000/43/EG, houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming. Het Hof heeft bepaald dat het, gelet op het doel van richtlijn 2000/43, de aard van de rechten die zij beoogt te beschermen (…), de werkingssfeer van deze richtlijn niet restrictief kan worden omschreven (vergelijk: HvJ EU, arrest Runevič-Vardyn en Wardyn, C-391/09, ECLI:EU:C:2011:291, punt 43 (NJ 2011/421; red.)).

4.4     Voor de beoordeling zijn de volgende feiten hierbij van belang. Verzoekende partij heeft in het restaurant van verwerende partij een maaltijd besteld. Als verzoekende partij de maaltijd geserveerd krijgt, wijst zij verwerende partij erop dat er iets in het eten zit wat op haren lijkt. Daarop volgt een discussie tussen verzoekende partij enerzijds en de kok en de eigenaar van verwerende partij anderzijds. In het restaurant komt het niet tot een voor beiden partijen goede oplossing. Het College kan niet vaststellen waarom dit niet is gelukt. Verwerende partij voert aan dat zij verzoekende partij excuses heeft gemaakt en haar een nieuwe maaltijd heeft aangeboden. Verzoekende partij zegt dat dit niet is gebeurd. Vast staat dat verzoekende partij de maaltijd niet opeet, afrekent en het restaurant verlaat. Later op die avond plaatst verzoekende partij een review op het Google platform waarin zij schrijft over de door haar ervaren gebrekkige dienstverlening. Verwerende schrijft daarop een reactie. Hierop reageert verzoekende partij weer, waarna verwerende partij ook nog een bericht plaatst.

4.5     Het College overweegt dat de reacties van verwerende partij onlosmakelijk samenhangen met de dienstverlening in het restaurant. Daarom merkt het College deze aan als zijnde gedaan in het kader van de dienstverlening en kunnen deze worden getoetst aan artikel 7 AWGB. De omstandigheid dat partijen deze discussie op het Google platform hebben gevoerd doet hieraan niet af. Van doorslaggevend belang is dat partijen met hun reacties over en weer, feitelijk de in het restaurant gevoerde discussie, hebben voortgezet. Dit wordt bevestigd door het feit dat verwerende partij zich in haar reacties rechtstreeks tot verzoekende partij heeft gericht.

Discriminatoire bejegening?
4.6     Vervolgens is het de vraag of verwerende partij zich jegens verzoekende partij schuldig heeft gemaakt aan discriminatoire bejegening. Om discriminatoire bejegening aan te nemen moet sprake zijn van een zodanige bejegening of situatie dat verzoekende partij vanwege haar afkomst als minderwaardig is weggezet of anderszins in een negatief daglicht is geplaatst. Daarbij zijn de aard van de uitingen en de context waarbinnen deze zijn gedaan van belang.

4.7     De eigenaar van verwerende partij schrijft in haar eerste reactie: “Sorry maar wij nuchtere Hollanders trappen daar niet in, jammer hé.” In de tweede reactie schrijft zij: “Wij nuchtere Hollanders zouden nooit zo een stennis schoppen.” De context waarin verwerende partij dit schrijft is dat verzoekende partij heeft aangegeven dat er haren in de aan haar geserveerde maaltijd zitten.

4.8     Het College is van oordeel dat verwerende partij hiermee verzoekende partij discriminatoir heeft bejegend op grond van ras. Door het gebruik van “wij” wordt verzoekende partij als ‘anders’ aangemerkt, waarbij verwerende partij suggereert dat verzoekende partij, in tegenstelling tot “Hollanders” niet beschikt over de eigenschap om nuchter te zijn. De stelling van verwerende partij, dat “Wij nuchtere Hollanders” een vaak gebruikte en niet discriminerende uitdrukking is, wordt niet gevolgd. Uit de context blijkt evident dat verwerende partij de nuchterheid als positieve eigenschap van Nederlanders aanmerkt die verzoekster op basis van haar Chinese afkomst niet zou hebben. Bovendien krijgen deze woorden een extra negatieve lading omdat verwerende partij hierbij opwerpt dat verzoekende partij erop uit was om een gratis maaltijd te krijgen. Daarbij kunnen de woorden “jammer hè”, als denigrerend worden aangemerkt.

4.9     Discriminatoire bejegening door de eigenaar wordt rechtstreeks aan de verwerende partij toegerekend. Het College komt daarmee tot het oordeel dat verwerende partij verboden onderscheid heeft gemaakt jegens verzoekende partij op grond van haar Chinese afkomst ras in de zin van discriminatoire bejegening.

5        Onderscheid door de klachtbehandeling?

Standpunt verzoekende partij
Verwerende partij heeft de discriminatieklachten van verzoekende partij niet zorgvuldig behandeld. Zo heeft verwerende partij geen enkele reactie gegeven op de klacht die verzoekende partij bij de Consumentenbond heeft ingediend.

Standpunt verwerende partij
Verwerende partij heeft de discriminatieklacht, waarmee zij bekend is, zorgvuldig behandeld. Daarop heeft zij immers direct gereageerd.

Beoordeling
5.1     Uit artikel 7 AWGB volgt, naast een negatieve verplichting om zich te onthouden van ongelijke behandeling, ook een positieve verplichting tot het nemen van maatregelen ter naleving van de gelijkebehandelingswetgeving. Deze verplichting houdt mede in dat een aanbieder van goederen of diensten een klacht over discriminatie zorgvuldig moet behandelen.

5.2     Uit de door verzoekende partij ingebrachte stukken kan het College vaststellen dat verzoekende partij twee discriminatieklachten heeft ingediend. Zij heeft op 7 september 2021 een klacht ingediend bij de Consumentenbond. Zij klaagt over: “Unknown substances in food, hygiene and discriminative words”. En op 12 oktober 2021 heeft Art. 1 Midden Nederland namens verzoekende partij een discriminatieklacht ingediend bij verwerende partij. Verzoekende partij voert aan dat zij ook een klacht over discriminatie heeft ingediend bij Asian Raisins. Omdat verzoekende partij hiervan geen stukken heeft overgelegd, en verwerende partij heeft verklaard niet bekend te zijn met deze klacht, laat het College deze buiten de beoordeling.

5.3     Het College merkt de bij de Consumentenbond ingediende klacht niet aan als een discriminatieklacht in de zin van artikel 7 AWGB. Hierbij acht het College allereerst van belang dat verwerende partij heeft verklaard dat zij geen kennis heeft gehad van deze klacht. Uit de door verzoekende partij overgelegde correspondentie volgt dat de Consumentenbond, naar aanleiding van de klacht, verwerende partij heeft uitgenodigd om zich te registreren op Klachtenkompas, zodat zij op de klacht zou kunnen reageren. Niet is gebleken dat verwerende partij hierop is ingegaan. Het College overweegt dat hiermee niet vast staat dat de klacht verwerende partij heeft bereikt.

5.4     Ten aanzien van de door art. 1 Midden Nederland ingediende discriminatieklacht, overweegt het College als volgt. De discriminatieklacht heeft betrekking op discriminatoir handelen van de eigenaar van verwerende partij. De eigenaar van verwerende partij heeft op 13 oktober 2021 op deze klacht gereageerd. Het College is van oordeel dat verwerende partij hiermee heeft voldaan aan de plicht om een klacht zorgvuldig te behandelen. Dat verzoekende partij niet tevreden is met de inhoud van de reactie doet hieraan niet af. Daarom oordeelt het College dat verwerende partij geen verboden onderscheid heeft gemaakt bij de klachtbehandeling.

6        Oordeel

De Polderei heeft jegens [. . . .], en [. . . .]: 

  • verboden onderscheid gemaakt grond van ras bij de bejegening;
  • geen verboden onderscheid gemaakt bij de klachtbehandeling.

Aldus gegeven te Utrecht op 13 juni 2022 door mr. G.M. Lieuw LL.M., voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S.B. Hester, secretaris.

mr. G.M. Lieuw LL.M.

mr. S.B. Hester  

Samenvatting oordeel