Gorillas Technologies Netherlands B.V. discrimineerde niet door geen doeltreffende aanpassingen te verrichten voor een vrouw met een schildklierziekte. Wel is er sprake van een onzorgvuldige klachtbehandeling.

Gorillas Technologies Netherlands B.V. discrimineerde niet door geen doeltreffende aanpassingen te verrichten voor een vrouw met een schildklierziekte. Wel is er sprake van een onzorgvuldige klachtbehandeling.

Oordeelnummer 2022-66
Datum: 14-06-2022
Trefwoord: Handicap of chronische ziekte Arbeidsomstandigheden Chronische ziekte Midden- en kleinbedrijf Discriminatie op de werkvloer Klachtbehandeling Doeltreffende aanpassing Bejegening
Discriminatiegrond: Handicap of chronische ziekte
Terrein: Arbeid - Arbeidsomstandigheden
Regelingen: Artikel 2 WGBH/CZ Artikel 10 lid 2 WGBH/CZ Artikel 4 WGBH/CZ Wet gelijke behandeling handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ)

Situatie

Een vrouw, die de ziekte van Hashimoto (een chronische schildklierziekte) heeft, heeft als inventory associate gewerkt in het warehouse van Gorillas Technologies Netherlands B.V. (Gorillas) in Amsterdam Oost. Gorillas is een bezorgdienst voor online bestelde boodschappen die binnen tien minuten worden bezorgd. De taken van de inventory associate zijn onder meer het controleren van de nieuwe leveringen en het bijvullen van de producten in het magazijn. De vrouw is na enige tijd ingegaan op het voorstel van Gorillas om haar werkzaamheden voort te zetten in het warehouse in Buitenveldert.

De vrouw heeft aan haar manager in Buitenveldert geschreven dat zij de ziekte van Hashimoto heeft, dat een van de hoofdsymptomen vermoeidheid is en dat zij daardoor niet meer dan 40 uur per week kan werken. Zij heeft hem gevraagd om hiermee rekening te houden bij haar inroostering. Gorillas heeft aan dit verzoek voldaan. Enige tijd later heeft de vrouw aan de warehouse manager gevraagd of zij haar werk samen met een andere inventory associate mocht verrichten, zoals zij dat ook in Amsterdam Oost heeft gedaan. Zij heeft meegedeeld dat zij te zwaar belast werd. Gorillas heeft niet aan dit verzoek voldaan. Daarna heeft de vrouw zich verschillende malen ziekgemeld met onder meer rug- en nekklachten.

Vervolgens heeft er een incident plaatsgevonden in het warehouse, waarbij de vrouw en twee orderpickers waren betrokken. Zij heeft dezelfde dag een brief geschreven naar de HR-afdeling van Gorillas. Hierin heeft zij vermeld dat twee orderpickers haar hebben gepest. Zij vonden dat de vrouw maar een andere baan moest zoeken, als zij niet in staat was om haar functie goed uit te oefenen. Ook heeft de vrouw geschreven dat zij niet had verwacht dat zij bij Gorillas zou worden gediscrimineerd vanwege gezondheidskwesties.

De vrouw stelt dat Gorillas haar heeft gediscrimineerd op grond van handicap of chronische ziekte door onvoldoende doeltreffende aanpassingen te verrichten. Hiertoe voert zij aan dat zij als gevolg van overbelasting nek- en rugklachten heeft gekregen, maar dat Gorilla’s haar verzoek om haar werk samen met een andere inventory associate te mogen verrichten, heeft afgewezen. Ook voert de vrouw aan dat Gorillas haar verzoek om haar vanwege vermoeidheidsklachten twee aaneengesloten verlofdagen per week te geven en haar op tijd te laten pauzeren, zelden heeft toegestaan. Daarnaast stelt de vrouw dat Gorillas haar heeft gediscrimineerd door geen onderzoek te verrichten naar haar discriminatieklacht.

Gorillas is het niet met de vrouw eens. Zij stelt dat zij de gevraagde aanpassingen wel heeft verricht en dat zij zorgvuldig onderzoek heeft gedaan naar de discriminatieklacht.

Beoordeling

Verboden onderscheid bij het niet verrichten van doeltreffende aanpassingen? 

Een werkgever mag geen onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte maken bij de arbeidsomstandigheden. Onder dit verbod valt ook de verplichting om naar gelang de behoefte doeltreffende aanpassingen te verrichten, tenzij deze onevenredig belastend zijn.

Op grond van de bewijslastverdeling is het aan de vrouw om feiten aan te voeren die kunnen doen vermoeden dat Gorillas heeft nagelaten om doeltreffende aanpassingen te verrichten. Als zij hierin slaagt, moet Gorillas bewijzen dat zij niet in strijd met de WGBH/CZ heeft gehandeld. Het College stelt vast dat Gorillas de stelling van de vrouw heeft betwist dat zij zelden twee aaneengesloten verlofdagen per week had. Ook heeft Gorillas betwist dat de vrouw niet op tijd kon pauzeren. Gorillas heeft aangevoerd dat zij wettelijk verplicht is om de vrouw te laten pauzeren, dat zij de vrouw hiertoe in staat heeft gesteld en dat de vrouw nooit heeft gezegd dat zij hierbij problemen heeft ondervonden. Het College stelt op grond hiervan vast dat de vrouw en Gorillas elkaar tegenspreken. De vrouw heeft echter geen gegevens aangedragen waaruit blijkt dat zij geen twee aaneengesloten verlofdagen per week kreeg en dat zij Gorillas heeft laten weten dat zij niet op tijd kon pauzeren. De vrouw is er dan ook niet in geslaagd om feiten aan te voeren die kunnen doen vermoeden dat Gorillas op dit punt heeft nagelaten om doeltreffende aanpassingen te verrichten.

Het College stelt vast dat de vrouw Gorillas verschillende malen heeft gevraagd om haar werk samen met een andere inventory associate te mogen verrichten, omdat zij als gevolg van overbelasting nek- en rugklachten heeft gekregen. Ook staat vast dat Gorillas deze aanpassing niet heeft verstrekt. Het College merkt op dat een werkgever pas verplicht is om een doeltreffende aanpassing te verrichten als de beperkingen van een medewerker het gevolg zijn van een handicap of een chronische ziekte. Hiervan is sprake als de klachten niet onomkeerbaar of langdurig zijn. Het College is van oordeel dat de rug- en nekklachten van de vrouw geen handicap of chronische ziekte zijn. Hierbij is van belang dat de vrouw heeft meegedeeld dat zij geen rug- en nekklachten meer had nadat zij de werkzaamheden bij Gorillas had beëindigd. Daarmee staat vast dat deze klachten niet onomkeerbaar of langdurig waren. De vrouw is er dan ook niet in geslaagd om feiten aan te voeren die kunnen doen vermoeden dat Gorillas op dit punt heeft nagelaten om doeltreffende aanpassingen te verrichten. Gorillas heeft dan ook jegens de vrouw geen verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte gemaakt bij het (niet) verrichten van doeltreffende aanpassingen.

Verboden onderscheid bij de klachtbehandeling? 

Er is sprake van een zorgvuldige klachtbehandeling als er een goed en deugdelijk onderzoek is verricht waarbij in ieder geval hoor en wederhoor is toegepast. Ook moeten de uitkomsten van het onderzoek worden 
teruggekoppeld aan de klager, zodat deze weet wat er met de klacht is gebeurd.

Het College stelt vast dat Gorillas niet heeft aangetoond dat zij een goed en deugdelijk onderzoek heeft verricht naar de discriminatieklacht van de vrouw. Ook heeft Gorillas niet aangetoond dat zij de vrouw een schriftelijke reactie heeft verstrekt met de resultaten van het onderzoek en de conclusie die zij daaruit heeft getrokken. Gorillas heeft dan ook niet voldaan aan de vereisten voor een zorgvuldige klachtbehandeling en daarmee
verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte gemaakt.

Oordeel

Gorillas Technologies Netherlands B.V. heeft jegens de vrouw:

  • geen verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte gemaakt bij het verrichten van doeltreffende aanpassingen;
  • verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte gemaakt bij de zorgvoor een discriminatievrije werkomgeving.

Oordeel
2022-66
 

Datum: 14 juni 2022 
Dossiernummer: 2021-0501
 

Oordeel in de zaak van

[. . . .]

wonende te [. . . .], verzoekster

tegen

Gorillas Technologies Netherlands B.V.

gevestigd te Amsterdam, verweerster
 

1             Verzoek

Verzoekster vraagt het College om te beoordelen of verweerster verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte heeft gemaakt door onvoldoende doeltreffende aanpassingen te verrichten en door onvoldoende zorg te dragen voor een discriminatievrije werkomgeving bij het behandelen van haar klacht over discriminatie door collega’s.
 

2             Verloop van de procedure

2.1          Het College heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

  • - verzoekschrift van 25 augustus 2021, ontvangen op dezelfde datum;
  • - e-mails van verzoekster van 19 oktober 2021 en van 28 november 2021;
  • - verweerschrift van 7 april 2022.

2.2          Het College heeft de zaak ter zitting behandeld op 4 mei 2022. Partijen zijn verschenen. Verzoekster werd bijgestaan door S. Teppema, consulent discriminatiezaken bij het Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam. Verweerster werd vertegenwoordigd door [. . . .], senior legal counsel, die werd vergezeld door [. . . .], warehouse manager, en [. . . .], regional head Netherlands. Ook was aanwezig M. Uz, tolk Engels-Nederlands.
 

3             Feiten

3.1          Verzoekster, die de ziekte van Hashimoto heeft, is op 29 maart 2021 voor de duur van een jaar bij verweerster in dienst getreden als inventory associate in het warehouse van verweerster in Amsterdam Oost. Verweerster is een bezorgdienst voor online bestelde boodschappen. De bestelling wordt ingepakt door zogenaamde orderpickers, waarna deze door een bezorger op een elektrische fiets naar de klant wordt gebracht. Het streven is om de boodschappen binnen tien minuten te bezorgen. De inventory associate draagt zorg voor taken zoals het controleren van nieuwe leveringen, het bijvullen van producten in het magazijn, voorstellen doen voor nieuwe bestellingen, het verwerken van leverbonnen in het inventarissysteem en het beheren van de afvalverwerking.

3.2          Verzoekster is ingegaan op het aanbod van haar warehouse manager Amsterdam Oost om vanaf begin juni 2021 als inventory associate te gaan werken in het nieuwe warehouse van verweerster in Buitenveldert. In een e-mail van eind mei 2021 heeft verzoekster aan haar toekomstige warehouse manager in Buitenveldert geschreven dat zij de ziekte van Hashimoto heeft, dat een van de hoofdsymptomen vermoeidheid is en dat zij daardoor niet in staat is om meer dan 40 uur per week te werken. Zij heeft hem gevraagd om hiermee rekening te houden bij haar inroostering. Verweerster heeft aan dit verzoek voldaan. Enige tijd later heeft verzoekster aan de warehouse manager meegedeeld dat het werk te zwaar voor haar was, althans dat zij te zwaar belast werd, onder meer als gevolg van een personeelstekort. Zij heeft hem gevraagd om haar werk samen met een andere inventory associate te mogen verrichten, zoals zij dat ook in Amsterdam Oost had gedaan. Aan dit verzoek heeft verweerster niet voldaan. Verzoekster heeft zich in juli 2021 verschillende malen ziekgemeld met onder meer rug- en nekklachten, waarna zij op 14 juli 2021 op verzoek van verweerster is uitgenodigd voor een gesprek bij de bedrijfsarts. Deze heeft hiervan dezelfde dag een rapport opgemaakt. Hierin heeft de bedrijfsarts onder meer geschreven dat verzoekster weer geschikt is om haar taken te verrichten in de overeengekomen urenomvang en dat het voor de duurzame inzetbaarheid van verzoekster belangrijk is dat de personeelsbezetting op orde is. In een e-mail van 19 augustus 2021 heeft de warehouse manager Buitenveldert verzoekster uitgenodigd voor een functioneringsgesprek op 25 augustus 2021.

3.3          Op 21 augustus 2021 heeft er een incident plaatsgevonden op de werkvloer, waarbij verzoekster en twee orderpickers waren betrokken. Verzoekster heeft naar aanleiding hiervan haar dienst voortijdig beëindigd. Verzoekster heeft dezelfde dag een brief geschreven naar het Team of People Operations van verweerster, waarin zij melding heeft gemaakt van het incident van die dag en om hulp heeft gevraagd. Ook heeft zij meegedeeld dat verweerster heeft nagelaten haar collega’s te informeren dat zij verschillende medische problemen heeft en dat zij daardoor anders moet worden behandeld dan gezonde medewerkers. Dit heeft ertoe geleid dat haar collega’s haar die ochtend hebben gepest en tegen haar hebben gezegd dat ze maar een andere baan moest gaan zoeken, als zij haar werk niet goed kon uitvoeren. Ook heeft zij geschreven dat zij niet had verwacht dat zij bij verweerster zou worden gediscrimineerd vanwege gezondheidskwesties. Op 24 augustus 2021 heeft de People Operations Generalist verzoekster een officiële waarschuwing gegeven voor het voortijdig zonder toestemming beëindigen van haar dienst op 21 augustus 2021. In een tweede e-mail van 24 augustus 2021 heeft de People Operations Generalist verzoekster geschreven dat hij een gesprek heeft ingepland voor de volgende dag om met verzoekster, de warehouse manager Buitenveldert en de City Operations Manager te bespreken over wat er op 21 augustus 2021 was voorgevallen. Verzoekster heeft afgezien van het voeren van dit gesprek en ook van het op 25 augustus 2021 geplande functioneringsgesprek.

3.4          Verzoekster heeft op 9 september 2021 haar arbeidsovereenkomst opgezegd met ingang van 1 oktober 2021. De general manager Netherlands & Belgium van verweerster heeft verzoekster in een brief van 6 april 2022 officieel zijn excuses aangeboden voor het feit dat verzoekster zich gediscrimineerd heeft gevoeld in zijn bedrijf, zonder een oordeel te willen geven over wat er heeft plaatsgevonden.
 

4             Verboden onderscheid bij het verrichten van doeltreffende aanpassingen?

Standpunt verzoekster 
4.1          Verzoekster stelt dat verweerster verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte heeft gemaakt door onvoldoende doeltreffende aanpassingen te verrichten. Hiertoe voert zij aan dat zij de ziekte van Hashimoto heeft, waardoor zij snel vermoeid raakt. Ook voert zij aan dat het warehouse in Buitenveldert onderbemenst was, waardoor zij zich vermoeid en misbruikt ging voelen. Daarnaast heeft zij door de overbelasting rug- en nekklachten gekregen, waarvoor zij zich ziek moest melden. De bedrijfsarts heeft haar geadviseerd om vanwege haar rug- en nekklachten alleen nog maar in diensten samen met een andere collega te werken. Verweerster heeft dit advies echter niet opgevolgd; zij heeft bijna in alle diensten alleen moeten werken.

Standpunt verweerster
4.2          Verweerster betwist dat zij jegens verzoekster verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte heeft gemaakt bij het verrichten van doeltreffende aanpassingen. Hiertoe voert zij aan dat zij doeltreffende aanpassingen heeft verricht overeenkomstig de wensen van verzoekster. Zo hoefde verzoekster geen overuren te maken, had zij twee aaneengesloten dagen in de week vrij en werd er rekening gehouden met haar roosterwensen. Ook voert verweerster aan dat verzoekster haar chronische ziekte na mei 2021 niet op een duidelijke manier naar voren heeft gebracht. Hierdoor was het voor haar HR-afdeling en haar medewerkers onvoldoende duidelijk wat het verband was tussen haar chronische ziekte en haar ziekmeldingen, vanwege onder meer covid-19, migraine en rugklachten. Dit was zelfs niet duidelijk na het contact met de bedrijfsarts. Hierdoor heeft zij verzoekster overwegend hetzelfde behandeld als ieder ander in een ingewikkeld verzuimtraject. Voor zover de bedrijfsarts heeft geadviseerd om meer personeel in te zetten, voert verweerster aan dat verdere aanpassingen dan de reeds getroffen maatregelen voor haar onevenredig belastend waren. Er was sprake van veel uitval door covid-19 en van een algemeen personeelstekort.

Beoordeling 
4.3          Een werkgever mag geen onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte maken bij de arbeidsomstandigheden (artikel 4, aanhef en onderdeel h, Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ)).

4.4          Het verbod om onderscheid te maken bij de arbeidsomstandigheden, houdt mede in dat degene tot wie het verbod is gericht, verplicht is naar gelang de behoefte doeltreffende aanpassingen te verrichten, tenzij deze een onevenredige belasting vormen (artikel 2, eerste lid, WGBH/CZ). Een doeltreffende aanpassing is een aanpassing die geschikt en noodzakelijk is om de belemmeringen als gevolg van een handicap of een chronische ziekte weg te nemen. Met de omschrijving “naar gelang de behoefte” heeft de wetgever tot uitdrukking gebracht dat de verplichting tot het verrichten van een aanpassing niet generiek is, maar afhankelijk van de situatie moet worden ingevuld. Daarbij moet het ook voor de wederpartij kenbaar zijn dat er behoefte is aan een aanpassing en tevens welke aanpassing in concreto gewenst is. Dit heet het kenbaarheidsvereiste (Kamerstukken II 2001/02, 28 169, nr. 3, p. 2).

4.5          De bewijslastverdeling is als volgt: het is aan verzoekster om feiten aan te voeren die kunnen doen vermoeden dat is nagelaten om een doeltreffende aanpassing te verrichten (zie artikel 10, tweede lid, WGBH/CZ). Als zij hierin slaagt, is het aan verweerster om te bewijzen dat zij niet in strijd met artikel 2 WGBH/CZ heeft gehandeld.

Handicap of chronische ziekte 
4.6          Verzoekster heeft de ziekte van Hashimoto. Dit is een chronische ontsteking van de schildklier, waardoor deze te traag werkt. Verzoekster ondervindt hiervan functiebeperkingen, waaronder dat zij snel vermoeid is. De ziekte van Hashimoto is een chronische ziekte als bedoeld in de WGBH/CZ. Verzoekster kan dan ook een beroep doen op de bescherming die deze wet biedt.

4.7          Het College stelt vast dat partijen van mening verschillen over de vraag of verweerster heeft voldaan aan de verplichting om naar gelang de behoefte doeltreffende aanpassingen te verrichten. Verzoekster heeft desgevraagd ter zitting meegedeeld dat haar hoofdklacht is dat het werk als inventory associate bij het warehouse te Buitenveldert te zwaar voor haar was. In Amsterdam Oost waren twee inventory associates tegelijkertijd aan het werk en in Buitenveldert moest zij het werk alleen doen. Soms kreeg zij hulp van anderen, maar dit was meestal niet het geval. Zij heeft daarom aan verweerster gevraagd om extra personeel in te zetten, maar kreeg hierop als antwoord dat het niet gemakkelijk was om aan personeel te komen. Ook de bedrijfsarts heeft geadviseerd om alleen nog diensten te verrichten waarin zij samen met een collega kon werken. Zij is slechter gaan functioneren omdat zij de gevraagde hulp niet kreeg en vervolgens heeft zij zich verschillende malen ziek moeten melden met rug- en nekklachten en migraine. Ook heeft verzoekster desgevraagd meegedeeld dat deze klachten niets te maken hadden met haar chronische schildklierziekte. Zij heeft geen rug- en nekklachten meer, sinds zij niet meer bij verweerster werkt. Daarnaast heeft zij desgevraagd meegedeeld dat de functie ook vanwege haar chronische ziekte en de hieruit voortvloeiende vermoeidheid te zwaar was. Zo is het voor haar vanwege deze ziekte belangrijk om voldoende en op tijd te rusten. Zij heeft echter  – en anders dan verweerster stelt - zelden twee aaneengesloten vrije dagen per week gehad en ook kon zij nooit op tijd pauze nemen. Zij mocht pas pauze nemen als het werk af was.

Verboden onderscheid bij het verrichten van doeltreffende aanpassingen vanwege beperkingen als gevolg van de ziekte van Hashimoto?

4.8          Het College stelt vast dat verzoekster in haar e-mail van eind mei 2021 aan de warehouse manager Buitenveldert heeft geschreven dat zij de ziekte van Hashimoto heeft, dat zij hiervan erg vermoeid raakt en dat zij hierdoor maximaal 40 uur per week kan werken. Tussen partijen is niet in geschil dat verweerster verzoekster naar aanleiding van deze mededeling heeft toegestaan om maximaal 40 uur per week te werken. Ook is tussen partijen niet in geschil dat verweerster rekening heeft gehouden met de verlofwensen van verzoekster. Voor zover verzoekster heeft aangevoerd dat verweerster ook rekening heeft gehouden met de verlofwensen van haar collega’s, overweegt het College dat dit niet ongedaan kan maken dat verweerster ook rekening heeft gehouden met de verlofwensen van verzoekster.

4.9          Het College stelt vast dat verweerster de stelling van verzoekster, dat het zelden voorkwam dat zij twee aaneengesloten verlofdagen per week had, heeft betwist. Het College overweegt dat, nu partijen elkaar tegenspreken en verzoekster haar kant van het verhaal niet heeft onderbouwd met bewijs, haar stelling niet kan worden aangemerkt als een feit dat kan doen vermoeden dat verweerster heeft nagelaten een doeltreffende aanpassing te verrichten. Daarnaast stelt het College vast dat verweerster de stelling van verzoekster dat zij niet op tijd kon pauzeren gemotiveerd heeft betwist. Verweerster heeft hierover gesteld dat zij wettelijk verplicht is om verzoekster te laten pauzeren en dat zij verzoekster hiertoe de gelegenheid heeft gegeven en dat zij nooit van verzoekster heeft vernomen dat zij op dit vlak problemen ervoer. Het College overweegt dat  verzoekster  geen gegevens heeft aangedragen waaruit blijkt dat verzoekster verweerster heeft geïnformeerd over de door haar ondervonden belemmeringen in het naar gelang de behoefte kunnen pauzeren. Zij heeft dan ook op dit punt geen feit aangevoerd dat kan doen vermoeden dat verweerster heeft nagelaten een doeltreffende aanpassing te verrichten.

4.10       Het College concludeert op grond van het voorgaande dat verweerster jegens verzoekster geen verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte heeft gemaakt bij het (niet) verrichten van doeltreffende aanpassingen vanwege haar beperkingen als gevolg van de ziekte van Hashimoto.

Verboden onderscheid bij het verrichten van doeltreffende aanpassingen vanwege beperkingen aan de rug en de nek?
4.11       Het College stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat verzoekster verweerster verschillende malen heeft gevraagd om haar werk samen met een andere inventory associate te mogen verrichten, zoals zij dit ook in het warehouse van verweerster in Amsterdam Oost heeft gedaan. Hierbij heeft verzoekster verweerster duidelijk gemaakt dat het werk te zwaar voor haar was en dat zij als gevolg daarvan rug- en nekklachten had. Ook stelt het College vast dat de bedrijfsarts in zijn rapport van 14 juli 2021 heeft geadviseerd dat het voor de duurzame inzetbaarheid van verzoekster belangrijk is dat de personeelsbezetting op orde is. Daarnaast staat vast dat verweerster de gevraagde aanpassing niet heeft verricht omdat het voor haar onvoldoende duidelijk was wat het verband was tussen de chronische ziekte van verzoekster en de ondervonden rug- en nekklachten. Ook vond verweerster de gevraagde aanpassing onevenredig belastend omdat er sprake was van veel uitval door covid-19 en van een algemeen personeelstekort.

4.12       Het College overweegt dat er voor een werkgever pas een verplichting ontstaat om een doeltreffende aanpassing te verrichten als de beperkingen die een medewerker ondervindt bij de uitoefening van zijn functie het gevolg zijn van een handicap of chronische ziekte. Deze begrippen zijn in de wet en de wetsgeschiedenis niet gedefinieerd. Handicaps en chronische ziekten kunnen fysiek, verstandelijk of psychisch van aard zijn. Een handicap is in beginsel onomkeerbaar. Een chronische ziekte is soms wel omkeerbaar, maar zij is in ieder geval langdurig van aard. Het College stelt allereerst vast dat de door verzoekster ondervonden rug- en nekklachten bij de uitoefening van haar functie niet het gevolg waren van haar schildklieraandoening. Dan rest de vraag of de rug- en nekklachten op zich zelf bezien als een handicap of chronische ziekte kwalificeren of het gevolg zijn van een andere handicap of chronische ziekte. Dat is niet het geval. Hierbij is van belang dat verzoekster ter zitting desgevraagd heeft meegedeeld dat zij geen rug- en nekklachten meer had nadat zij de werkzaamheden bij verweerster had beëindigd. Daarmee staat vast dat de klachten van verzoekster niet onomkeerbaar of langdurig waren. Ook is van belang dat hoewel de bedrijfsarts verweerster heeft geadviseerd om voor de duurzame inzetbaarheid van verzoekster de personele bezetting op orde te brengen, uit zijn rapport niet blijkt dat de door verzoekster ondervonden beperkingen van haar rug en nek het gevolg waren van een handicap of een chronische ziekte. Verzoekster is er dan ook niet in geslaagd om een feit aan te voeren dat kan doen vermoeden dat verweerster onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte heeft gemaakt door na te laten de gevraagde aanpassing te verrichten.

4.13       Het College concludeert op grond hiervan dat verweerster jegens verzoekster geen verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte heeft gemaakt bij het (niet) verrichten van doeltreffende aanpassingen vanwege beperkingen aan haar rug en nek.
 

5             Verboden onderscheid bij de zorg voor een discriminatievrije werkomgeving?

Standpunt verzoekster
5.1          Verzoekster stelt dat verweerster jegens haar verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte heeft gemaakt door onvoldoende zorg te dragen voor een discriminatievrije werkomgeving. Hiertoe voert zij aan dat zij de warehouse manager Buitenveldert en het Team of People Operations heeft geïnformeerd over het voorval op 21 augustus 2021 en aan hen heeft meegedeeld dat zij zich hierdoor gediscrimineerd voelde op grond van haar chronische ziekte. Verweerster heeft echter nooit een deugdelijk en objectief onderzoek verricht naar het voorval en ook de resultaten van een eventueel verricht onderzoek niet aan haar teruggekoppeld. De enige reactie die zij heeft ontvangen is een officiële waarschuwing op 24 augustus 2021 dat zij de dienst niet voortijdig had mogen verlaten, zonder toestemming vooraf. Verzoekster heeft desgevraagd ter zitting meegedeeld dat zij niet is ingegaan op de uitnodiging voor de gesprekken op 25 augustus 2021 over haar functioneren en over het voorval, omdat zij er geen vertrouwen in had dat de personen met wie zij moest spreken haar serieus zouden nemen.

Standpunt verweerster
5.2          Verweerster betwist dat zij jegens verzoekster verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte heeft gemaakt bij de zorg voor een discriminatievrije werkomgeving. Hiertoe voert zij aan dat
de People Operations Generalist, die niet meer bij haar werkt, grondig onderzoek heeft gedaan naar het voorval en hierover met verzoekster heeft gesproken, zoals blijkt uit het verslag dat verzoekster op 23 augustus 2021 van dit gesprek heeft gemaakt. Ook heeft de People Operations Generalist gesproken met de twee orderpickers die bij het voorval waren betrokken. Verder voert verweerster aan dat het geen schoonheidsprijs verdient dat verzoekster geen officiële reactie lijkt te hebben ontvangen op haar brief van 21 augustus 2021 aan het Team of People Operations. Verweerster heeft desgevraagd ter zitting meegedeeld dat de door haar overgelegde verklaringen van de orderpickers van 20 en 21 augustus 2021 geen betrekking hebben op het voorval, maar op het functioneren van verzoekster in verband met het geplande functioneringsgesprek.

Beoordeling
5.3          Het verbod op onderscheid bij de arbeidsomstandigheden houdt ook in dat een werkgever klachten over discriminatie zorgvuldig moet behandelen. Een zorgvuldige klachtbehandeling bestaat uit een deugdelijk en 
objectief onderzoek waarbij ten minste hoor en wederhoor wordt toegepast. De klacht dient ook voortvarend en vertrouwelijk te worden behandeld en waar nodig moet de werkgever maatregelen nemen. Als laatste is van belang dat de uitkomsten van het onderzoek worden teruggekoppeld aan degene die de klacht heeft ingediend, zodat diegene weet wat er met zijn klacht is gebeurd.

5.4          Het College stelt vast dat verzoekster in haar brief van 21 augustus 2021 aan het Team of People Operations heeft geschreven dat zij zich gediscrimineerd voelt op grond van haar chronische ziekte. Verzoekster heeft gesteld dat zij nooit een reactie van verweerster heeft ontvangen op haar discriminatieklacht. Het College zal daarom nagaan of verweerster heeft voldaan aan de vereisten van een zorgvuldige klachtbehandeling. Het College overweegt dat verweerster geen gegevens heeft aangedragen waaruit blijkt dat de People Operations Generalist grondig onderzoek heeft verricht naar het voorval, zoals verweerster stelt. Zo heeft verweerster geen verslaglegging van het onderzoek door de People Operations Generalist kunnen overleggen, die inmiddels niet meer bij verweerster in dienst is. Verweerster heeft ook geen aan verzoekster gerichte schriftelijke reactie kunnen overleggen, waaruit blijkt wat de onderzoeksbevindingen waren en welke conclusie verweerster hieruit heeft getrokken. Verweerster heeft dan ook niet voldaan aan de vereisten voor een zorgvuldige klachtbehandeling van een deugdelijk en objectief onderzoek waarbij ten minste hoor en wederhoor wordt toegepast en van de terugkoppeling van de uitkomsten van het onderzoek.

5.5          Verweerster heeft nog aangevoerd dat er geen sprake is geweest van een niet objectief of niet deugdelijk onderzoek, omdat verzoekster hier zelf niet aan heeft willen meewerken door niet in te gaan op de gespreksuitnodiging op 25 augustus 2021. Het College overweegt dat het feit dat verzoekster niet is ingegaan op bedoelde gespreksuitnodiging, verweerster niet ontslaat van de verplichting om een zorgvuldig onderzoek te verrichten naar de door verzoekster gestelde discriminatoire bejegening. Bovendien heeft verzoekster in haar brief aan het Team of People Operations van 21 augustus 2021 en in het gesprek met de People Operations Generalist duidelijk gemaakt wat er volgens haar op 21 augustus 2021 is voorgevallen. Dit verweer slaagt dan ook niet.

5.6          Het College concludeert dat verweerster jegens verzoekster verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte heeft gemaakt bij de zorg voor een discriminatievrije werkomgeving.
 

6             Oordeel

Gorillas Technologies Netherlands B.V. heeft jegens [. . . .]:

  • geen verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte gemaakt bij het verrichten van doeltreffende aanpassingen;
  • verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte gemaakt bij de zorg voor een discriminatievrije werkomgeving.

Aldus gegeven te Utrecht op 14 juni 2022 door mr. dr. J.P. Loof, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. B.H.M. Werker, secretaris.

 

mr. dr. J.P. Loof

mr. B.H.M. Werker

Samenvatting oordeel