Provincie Zuid-Holland discrimineert een vrouw niet op grond van geslacht bij het besluit om haar arbeidsovereenkomst niet te verlengen.

Provincie Zuid-Holland discrimineert een vrouw niet op grond van geslacht bij het besluit om haar arbeidsovereenkomst niet te verlengen.

Oordeelnummer 2022-72
Datum: 30-06-2022
Trefwoord: Geslacht Bewijslast Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd Zwangerschap
Discriminatiegrond: Geslacht
Terrein: Arbeid - Overige
Regelingen: Burgerlijk Wetboek (nieuw) Artikel 7:646 lid 12 BW (nieuw) Artikel 7:646 lid 5 BW (nieuw) Artikel 7:646 lid 1 BW (nieuw)

Situatie

Een vrouw werkt bij de provincie als HR-adviseur. Zij stelt dat haar contract niet is verlengd vanwege haar zwangerschap. De vrouw voert aan dat zij niet eerder op haar functioneren is aangesproken en dat zij in een gesprek pas vernam dat haar contract niet zou worden verlengd, nadat zij vertelde over haar zwangerschap De provincie betwist dat het disfunctioneren nooit met de vrouw is besproken. Volgens de provincie was het besluit om niet te verlengen al genomen, voordat zij op de hoogte was van de zwangerschap van de vrouw en dat zij dit aan de vrouw heeft verteld voordat de vrouw haar zwangerschap ter sprake bracht.

Beoordeling

Op grond van de bewijslastverdeling is het aan de vrouw om feiten aan te voeren die doen vermoeden dat haar contract niet is verlengd vanwege haar geslacht. Naar het oordeel van het College is zij hier niet in geslaagd. Het College kan niet vaststellen dat er nooit met de vrouw over haar disfunctioneren is gesproken. Ook is niet vast te stellen op welk moment de leidinggevende werd geïnformeerd over verzoeksters zwangerschap tijdens het gesprek van 22 februari 2022 en of het gespreksverslag onwaarheden bevat. Wel kan worden vastgesteld dat verzoekster en de leidinggevende het gesprek op 22 februari 2022 van 16:30 tot 17:00 hebben gevoerd en dat het Whatsappbericht eerder op de dag om 8:58 is verstuurd. Hiermee wordt duidelijk dat verzoeksters zwangerschap geen enkele rol heeft gespeeld bij het besluit van verweerster om haar contract niet te verlengen. Het besluit was al genomen, voordat de provincie op de hoogte was van verzoeksters zwangerschap.

Oordeel

Provincie Zuid-Holland heeft geen verboden onderscheid gemaakt jegens de vrouw op grond van geslacht.


Oordeel 2022-72

Datum: 30 juni 2022

Dossiernummer: 2022-0090

Oordeel in de zaak van

[. . . .]

wonende te [. . . .], verzoekster

tegen

College van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland

gevestigd te  ’s-Gravenhage, verweerster

1             Verzoek

Verzoekster vraagt het College om te beoordelen of verweerster verboden onderscheid heeft gemaakt op grond van geslacht door haar arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet te verlengen vanwege haar zwangerschap.

2             Verloop van de procedure

Het College heeft kennis genomen van de volgende stukken:

  • verzoekschrift van 2 maart 2022, ontvangen op dezelfde dag;
  • e-mail van verzoekster van 22 oktober 2021;
  • e-mail van verzoekster van 1 november 2021;
  • verweerschrift van 17 mei 2022.

Het College heeft de zaak ter zitting behandeld op 14 juni 2022. Partijen zijn verschenen. Verweerster werd vertegenwoordigd door [. . . .], senior bestuurlijk-jurist Arbeidsrecht, die werd vergezeld door [. . . .], senior bestuurlijk-juridisch adviseur, en [. . . .], P-manager.

3             Feiten

Verzoekster is vanaf 3 mei 2021 bij verweerster werkzaam geweest als HR-adviseur op basis van een contract voor bepaalde tijd met uitzicht op een vast dienstverband. Op 22 februari 2022 stuurt de leidinggevende om 8:58 een Whatsappbericht naar een collega MT-lid: “ Goedemorgen […], ik wil je laten weten dat ik vandaag [verzoekster] ga mededelen dat we haar jaarcontract, die 2/5 afloopt, niet gaan verlengen. Belangrijkste redenen zijn het niet kunnen voldoen aan verwachtingen, het niet kunnen laten zien van verbeteringen in werkwijze en houding en mede als gevolg van eerdere redenen het ontbreken van draagvlak bij de klantorganisatie Groeten, [leidinggevende].” Verzoekster verneemt aan het einde van dezelfde dag in een overleg met de leidinggevende dat haar contract niet zal worden verlengd. Het gesprek wordt vervolgd op 24 februari 2022, waarna verzoekster op 25 februari 2022 een gespreksverslag ontvangt. Hierin staat vermeld: “Op dinsdag 22 februari 2022 heb ik je aangegeven dat we je arbeidsovereenkomst – die van rechtswege afloopt op 2 mei 2022 – niet verlengen. De reden hiervan heb ik mondeling toegelicht. Zo heb ik aangegeven dat er sprake is van onvoldoende functioneren in je huidige functie van P&O-adviseur. We hebben samen regelmatig in bila’s besproken wat er verbeterd kan worden in de dienstverlening die je biedt. Dit heeft helaas niet geleid tot een verbetering van de dienstverlening. Ook pogingen om de werkdruk weg te nemen door bijstellingen te doen in de hoeveelheid werk binnen het account en taken over te dragen aan collega’s, hebben helaas niet het gewenste effect gehad.”

4             Standpunt verzoekster

Verzoekster stelt dat een aantal gebeurtenissen erop wijst dat haar arbeidsovereenkomst niet is verlengd vanwege haar zwangerschap. Zo heeft zij tijdens haar dienstverband niet eerder dan 22 februari 2022 te horen gekregen dat zij niet zou functioneren. Daarnaast heeft de leidinggevende verzoekster pas geïnformeerd over de niet-verlenging, nadat hij vernam dat zij zwanger was. Ook zijn de redenen van beëindiging die in het gespreksverslag staan vermeld onwaar.

5             Standpunt verweerster

Verweerster voert aan dat het besluit om verzoeksters contract niet te verlengen was gebaseerd op haar disfunctioneren. Vanaf november 2021 kreeg verweerster signalen van collega’s en klanten over verzoeksters functioneren en dit is in meerdere bilaterale overleggen met haar besproken. Uit het Whatsappbericht dat de leidinggevende op 22 februari 2022 heeft verstuurd blijkt dat het besluit om niet te verlengen al was gemaakt, voordat de leidinggevende vernam over verzoeksters zwangerschap. In het gesprek op 22 februari 2022 heeft de leidinggevende verzoekster geïnformeerd over het besluit, waarna zij hem vertelde over haar zwangerschap.

6             Beoordeling

6.1 Een werkgever mag geen onderscheid maken tussen mannen en vrouwen bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst (artikel 7:646, eerste lid, BW). De beslissing om een arbeidsovereenkomst (niet) te verlengen, is een beslissing over het (niet) aangaan van een arbeidsovereenkomst

6.2 Onder onderscheid op grond van geslacht wordt zowel direct als indirect onderscheid begrepen. Van direct onderscheid is sprake indien een persoon op grond van geslacht op een andere wijze wordt behandeld dan een ander in een vergelijkbare situatie wordt, is of zou worden behandeld, met dien verstande dat onder direct onderscheid mede wordt verstaan onderscheid op grond van zwangerschap, bevalling en moederschap (artikel 7:646, vijfde lid, BW).

6.3 Het College zal het verzoek van verzoekster toetsen aan het hiervoor genoemde wettelijke kader. Het is niet de taak van het College om te beoordelen of verzoekster al dan niet geschikt is om de functie bij verweerster te vervullen. De bevoegdheid van het College beperkt zich tot het beoordelen van de vraag of het geslacht (mede) een rol heeft gespeeld bij de beslissing van verweerster om het contract van verzoekster niet te verlengen.

6.4 Het is aan verzoekster om feiten aan te voeren die onderscheid op grond van geslacht kunnen doen vermoeden. Als zij hierin slaagt dient verweerster te bewijzen dat zij niet in strijd met artikel 7:646, eerste lid, BW heeft gehandeld (artikel 7:646, twaalfde lid, BW).

Zijn er feiten die onderscheid kunnen doen vermoeden?
6.5 Naar het oordeel van het College is verzoekster er niet in geslaagd om feiten aan te voeren die onderscheid op grond van geslacht kunnen doen vermoeden. Zij heeft naar voren gebracht dat haar disfunctioneren niet eerder dan 22 februari 2022 is besproken, en dat dit samen met het tijdsverloop tussen het bekend worden van haar zwangerschap en de mededeling dat haar contract niet zou worden verlengd vanwege haar disfunctioneren, doet vermoeden dat de werkelijke reden voor niet-verlenging haar zwangerschap was. Het College kan echter niet vaststellen dat het functioneren van verzoekster niet eerder met haar is besproken, nu partijen elkaar hierover tegenspreken. Ook kan niet worden vastgesteld op welk moment gedurende het gesprek van 22 februari 2022 de leidinggevende werd geïnformeerd over verzoeksters zwangerschap en of het gespreksverslag onwaarheden bevat. Wel is vast komen te staan dat verzoekster en de leidinggevende het gesprek op 22 februari 2022 van 16:30 tot 17:00 hebben gevoerd en dat het Whatsappbericht eerder op de dag om 8:58 is verstuurd. Hiermee is duidelijk gebleken dat verzoeksters zwangerschap geen enkele rol heeft gespeeld bij het besluit van verweerster om haar contract niet te verlengen. Immers blijkt uit het Whatsappbericht dat verweerster het besluit al had genomen, voordat zij op de hoogte was van verzoeksters zwangerschap.

6.6 Nu verzoekster geen feiten heeft aangevoerd die onderscheid op grond van geslacht kunnen doen vermoeden, oordeelt het College dat niet is gebleken dat verweerster jegens verzoekster verboden onderscheid op grond van geslacht heeft gemaakt door haar arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet te verlengen.

7             Oordeel

College van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland heeft geen verboden onderscheid gemaakt jegens [. . . .] op grond van geslacht.

Aldus gegeven te Utrecht op 30 juni 2022 door prof. dr. J. Morijn, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. V. Bansropansingh,  secretaris.

 

 

 

prof. dr. J. Morijn           

mr. V. Bansropansingh

Samenvatting oordeel