Het Hoogheemraadschap van Delfland discrimineert niet op grond van leeftijd door in een vacaturetekst te vragen naar een kandidaat met ‘plusminus’ drie jaar (juridische) werkervaring.

Het Hoogheemraadschap van Delfland discrimineert niet op grond van leeftijd door in een vacaturetekst te vragen naar een kandidaat met ‘plusminus’ drie jaar (juridische) werkervaring.

Oordeelnummer 2022-84
Datum: 22-07-2022
Trefwoord: Personeelsadvertentie Sollicitatie Aanbieden betrekking Leeftijd Advertentie Functie-eis Objectieve rechtvaardiging
Discriminatiegrond: Leeftijd
Terrein: Arbeid - Overige
Regelingen: Artikel 1 WGBL Wet gelijke behandeling leeftijd bij de arbeid (WGBL) Artikel 3 WGBL Artikel 12 lid 1 WGBL

Situatie

Het Hoogheemraadschap van Delfland heeft in een personeelsadvertentie voor de functie van juridisch adviseur als functie-eis opgenomen dat een kandidaat ‘plusminus’ drie jaar (juridische) werkervaring heeft. Een man van 63 jaar oud stelt dat Delfland hem discrimineerde vanwege zijn leeftijd door met deze vacaturetekst een verkapte maximale werkervaringseis van vijf jaar te stellen. Delfland zegt dat geen sprake is van leeftijdsdiscriminatie.

Beoordeling

De vacaturetekst ‘plusminus 3 jaar (juridische) werkervaring’ is voor meerdere uitleg vatbaar. Deze kan ook als minimum werkervaringseis worden gelezen. Het doel van de tekst was om kandidaten aan te trekken die minimaal over een zekere mate van juridische werkervaring beschikken. De sollicitaties die Delfland ontving waren van mensen van 25 tot 72 jaar oud die tussen de 1 en 20 jaar werkervaring hadden. Delfland nam twee kandidaten aan: één van 30 jaar oud met 1 jaar werkervaring en één van 45 jaar oud met ruim 20 jaar werkervaring. Daarnaast weerhield de vacaturetekst de man er ook niet van om te solliciteren. Het College komt tot het oordeel dat Delfland de man niet discrimineerde op grond van zijn leeftijd. 

Oordeel

Hoogheemraadschap van Delfland heeft jegens de man geen verboden onderscheid op grond van leeftijd gemaakt.


Oordeel 2022-84

Datum: 22 juli 2022

Dossiernummer: 2021-0366

Oordeel in de zaak van

[. . . .]

wonende te [. . . .], verzoeker

tegen

Hoogheemraadschap van Delfland

gevestigd te Delft, verweerster

1             Verzoek

Verzoeker vraagt het College om te beoordelen of verweerster verboden onderscheid op grond van leeftijd heeft gemaakt door in een vacaturetekst voor de functie van juridisch adviseur te vragen naar plusminus drie jaar (juridische) werkervaring.

2             Verloop van de procedure

Het College heeft kennis genomen van de volgende stukken:

  • verzoekschrift van 22 juni 2021, ontvangen op dezelfde dag;
  • e-mails van verzoeker van 11 augustus 2021;
  • verweerschrift van 25 februari 2022.

Het College heeft de zaak ter zitting behandeld op 31 mei 2022. Partijen zijn verschenen. Verweerster werd vertegenwoordigd door G.G.E.A. Frederix-Gianotten, advocaat, die werd vergezeld door [. . . .], afdelingsmanager, en [. . . .], recruiter.

3             Feiten

Verweerster heeft op 1 juni 2021 een sollicitatieprocedure opengesteld voor de functie van juridisch adviseur. In de vacaturetekst staat vermeld: “je hebt plusminus 3 jaar (juridische) werkervaring”. Op 4 juni 2021 heeft verzoeker gesolliciteerd op de functie. Hij was toen 63 jaar oud. Verzoeker verneemt op 22 juni 2021 per e-mail van de recruiter dat hij wordt afgewezen voor de functie met de toelichting dat verweerster bij het selecteren van kandidaten heeft gekeken naar relevante werkervaring, (met name in een vergelijkbare functie),  affiniteit en ervaring met bestuursrecht, of de opleiding en het opleidingsniveau aansloot bij de functie en een heldere, krachtige motivatie over waarom de sollicitant wil werken bij Delfland. Verzoeker dient vervolgens een klacht in bij het College.

4             Standpunt verzoeker

Verzoeker stelt dat verweerster verboden onderscheid op grond van leeftijd heeft gemaakt, omdat verweerster met de werkervaringseis ‘plusminus 3 jaar’ een eis van minimaal 2 jaar en maximaal 5 jaar werkervaring hanteert. Dit is een verkapte werkervaringseis waar geen objectieve rechtvaardiging voor bestaat.

5             Standpunt verweerster

Verweerster betwist dat zij jegens verzoeker verboden onderscheid op grond van leeftijd heeft gemaakt. De in de vacaturetekst gestelde werkervaringseis ‘plusminus 3 jaar’ betreft een indicatie van een ondergrens en geen maximumvereiste. Verweerster heeft met de eis duidelijk willen maken dat alleen sollicitanten met een bepaalde mate van (juridische) werkervaring in aanmerking komen voor de functie. Er heeft dan ook een breed spectrum aan kandidaten in leeftijd en werkervaring gesolliciteerd. De vacaturetekst heeft verzoeker er ook niet van weerhouden om te solliciteren.

6             Beoordeling

6.1 Het is verboden om onderscheid op grond van leeftijd te maken bij de aanbieding van een betrekking (artikel 3 aanhef en onderdeel a, Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd (WGBL), in samenhang met artikel 1 van deze wet).

6.2 Op grond van de bewijslastverdeling (artikel 12 WGBL) moet verzoeker feiten aanvoeren die onderscheid op grond van leeftijd kunnen doen vermoeden. Als hij hierin slaagt, is het aan verweerster om te bewijzen dat zij niet in strijd met de WGBL heeft gehandeld.

6.3 Het College stelt vast dat de vacaturetekst ‘plusminus 3 jaar (juridische) werkervaring’ voor meerdere uitleg vatbaar is en ook als minimum werkervaringseis kan worden gelezen. Het College acht het aannemelijk dat het doel van de tekst was om kandidaten aan te trekken die over een minimum aan juridische werkervaring beschikken. Verweerster heeft sollicitaties ontvangen van een breed spectrum aan kandidaten in leeftijd variërend van 25 tot 72 jaar oud en met 1 tot 20 jaar werkervaring. Uiteindelijk zijn er twee kandidaten aangenomen. Een kandidaat van 30 jaar oud met 1 jaar werkervaring en een kandidaat van 45 jaar oud met ruim 20 jaar werkervaring. De vacaturetekst heeft ook verzoeker er niet van weerhouden om te solliciteren. Het College concludeert dat verzoeker er niet in is geslaagd om feiten aan te voeren die onderscheid op grond van leeftijd kunnen doen vermoeden.

6.4 Het College komt tot het oordeel dat verweerster jegens verzoeker geen verboden onderscheid op grond van leeftijd heeft gemaakt.

7             Oordeel

Hoogheemraadschap van Delfland heeft jegens [. . . .] geen verboden onderscheid gemaakt op grond van leeftijd.

Aldus gegeven te Utrecht op 22 juli 2022 door mr. G.M. Lieuw LL.M., voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. V. Bansropansingh, secretaris.

 

 

 

mr. G.M. Lieuw LL.M.    

mr. V. Bansropansingh

Samenvatting oordeel