Veiligheidsregio Kennemerland discrimineerde een man niet op grond van ras of nationaliteit bij het uitvoeren van het Covid-19 vaccinatieprogramma.

Veiligheidsregio Kennemerland discrimineerde een man niet op grond van ras of nationaliteit bij het uitvoeren van het Covid-19 vaccinatieprogramma.

Oordeelnummer 2022-86
Datum: 01-08-2022
Trefwoord: Dienstverlening Nationaliteit Bejegening Aanbieden goederen en diensten Objectieve rechtvaardiging Gezondheidszorg Ras Bewijslast Aanbieden van of verlenen van toegang tot goederen en diensten
Discriminatiegrond: Ras Nationaliteit
Terrein: Goederen en diensten - Overige
Regelingen: Artikel 10 AWGB Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) Artikel 7 lid 1 AWGB Artikel 1 AWGB

Situatie

Een man met een niet-Nederlandse nationaliteit gaat naar een vaccinatiecentrum om een vaccinatie tegen Covid-19 te halen. Veiligheidsregio Kennemerland is verantwoordelijk voor de uitvoering van het vaccinatieprogramma op de betreffende locatie. Als de man bij het tweede loket in het vaccinatiecentrum komt, vraagt de betreffende medewerkster hem om zijn paspoort, verblijfsdocument en zijn zorgpas te overleggen. Volgens de man is sprake van discriminatie. De Veiligheidsregio betwist dit.

Beoordeling

Het is Veiligheidsregio Kennemerland verboden om bij het aanbieden en toedienen van vaccinaties onderscheid op grond van ras of nationaliteit te maken. Het is aan de man om feiten aan te voeren die discriminatie kunnen doen vermoeden. 

De man voert aan dat de medewerkster van het tweede loket in het vaccinatiecentrum hem onnodige vragen stelde over zijn nationaliteit en verblijfsstatus. Hij moest ook zijn zorgpas laten zien omdat de medewerkster wilde checken of hij verzekerd was tegen ziektekosten. De man zag dat de medewerkster dit niet aan andere personen vroeg. Ook hoefde hij al deze documenten niet te laten zien aan de medewerker van het eerste loket. De Veiligheidsregio voert aan dat de medewerkster van het tweede loket om de betreffende documenten heeft gevraagd om de identiteit en het Burgerservicenummer (BSN) te controleren. Omdat op het buitenlandse paspoort en verblijfsdocument van de man geen BSN staat, vroeg de medewerkster om de zorgpas te overleggen. Het is gebruikelijk dat bij personen, waarvan het BSN niet op het identiteitsbewijs staat, om de zorgpas te vragen om op deze wijze het BSN vast te stellen.

Het College is van oordeel dat er geen feiten zijn komen vast te staan die kunnen doen vermoeden dat de medewerkster van het tweede loket de man gevraagd heeft om documenten te overleggen om discriminatoire redenen. Dat zij aan personen met de Nederlandse nationaliteit niet om deze documenten vroeg, maakt niet dat sprake is van discriminatie omdat het BSN op hun identiteitsbewijs staat. Het feit dat de medewerker van het eerste loket de man niet om de zorgpas vroeg, maakt evenmin dat discriminatie kan worden vermoed. De Veiligheidsregio maakt duidelijk dat dit is ingegeven door een foute handelwijze van de medewerker van het eerste loket. Daardoor kon de medewerkster van het tweede loket de vaccinatie van verzoeker niet afhandelen zonder het BSN van de man te controleren.

Oordeel

Veiligheidsregio Kennemerland heeft geen verboden onderscheid gemaakt jegens (…) op grond van ras of nationaliteit.


Oordeel 2022-86

Datum: 1 augustus 2022

Dossiernummer: 2021-0496

Oordeel in de zaak van

[. . . .]

wonende te [. . . .], verzoeker

tegen

Veiligheidsregio Kennemerland

gevestigd te Haarlem, verweerster

1 Verzoek

Verzoeker vraagt het College om te beoordelen of verweerster jegens hem verboden onderscheid op grond van ras en/of nationaliteit heeft gemaakt, doordat een medewerkster van het vaccinatiecentrum aan hem vragen heeft gesteld over zijn verblijfsstatus, nationaliteit en zorgverzekering.

2 Verloop van de procedure

2.1 Het College heeft kennis genomen van de volgende stukken:

  • verzoekschrift van 20 augustus 2021, ontvangen op dezelfde dag;
  • e-mail van verzoeker van 14 oktober 2021;
  • e-mail van verzoeker van 2 november 2021;
  • verweerschrift van 12 april 2022, ontvangen op de volgende dag.

2.2 Het College heeft op 31 mei 2022 aan partijen meegedeeld voornemens te zijn om de zaak vereenvoudigd te behandelen. Partijen hebben hier geen bezwaar tegen gemaakt. Het College heeft daarom geen zitting gehouden en heeft het oordeel uitgesproken op basis van de door partijen overgelegde schriftelijke stukken. Het College heeft het onderzoek gesloten op 27 juni 2022.

3 Feiten

3.1 Verzoeker heeft een niet-Nederlandse nationaliteit en verblijft in Nederland op basis van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Verweerster is een veiligheidsregio die het grondgebied van de gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Uitgeest, Velsen en Zandvoort omvat, en is verantwoordelijk voor de uitvoering van het vaccinatieprogramma op de locatie Schiphol.

3.2 Verzoeker gaat op 20 augustus 2021 naar het vaccinatiecentrum op Schiphol om een vaccinatie tegen Covid-19 te halen. Als verzoeker bij het tweede loket in het vaccinatiecentrum komt, vraagt de medewerkster hem om zijn paspoort, verblijfsdocument en zijn zorgpas te overleggen.

4 Standpunt verzoeker

Verweerster heeft verzoeker discriminatoir bejegend op grond van ras en/of nationaliteit. De medewerkster van het tweede loket vroeg verzoeker om allerlei onnodige informatie, zoals zijn zorgverzekeringsstatus. Verzoeker heeft geen idee waarom deze medewerkster wilde weten of hij in Nederland verzekerd is, afgezien van het feit dat hij een persoon van kleur is met een andere nationaliteit dan de Nederlandse.

5 Standpunt verweerster

Verweerster betwist dat er sprake is geweest van discriminatie. Om gevaccineerd te worden moet iedereen een identiteitsbewijs tonen en een document met het Burgerservicenummer (BSN). Het BSN is nodig om het cliëntdossier van de betreffende persoon op te kunnen vragen in CoronIT, onder andere ter controle van de gezondheidsverklaring. Dit gebeurt voor alle personen die gevaccineerd worden op Schiphol. Omdat op het identiteitsbewijs van verzoeker geen BSN staat, is aan hem gevraagd om zijn zorgpas te laten zien. Daarop staat ook het BSN. Verweerster erkent dat er verwarring heeft kunnen ontstaan omdat de medewerker van het eerste loket in het vaccinatiecentrum verzuimd heeft een en ander op de juiste wijze af te handelen.

6 Beoordeling

Juridisch kader
6.1 Het is een instelling die werkzaam is op het gebied van gezondheidszorg verboden om onderscheid op grond van ras en nationaliteit te maken bij het aanbieden van of het verlenen van toegang tot goederen of diensten en bij het sluiten, uitvoeren of beëindigen van overeenkomsten ter zake (artikel 7, eerste lid, onderdeel c, Algemene wet gelijke behandeling (AWGB), in samenhang met artikel 1 AWGB).

6.2 Verweerster biedt als veiligheidsregio diensten aan ter bewaking, bescherming en bevordering van de gezondheid. Het aanbieden en toedienen van vaccinaties, kan worden beschouwd als dienstverlening zoals hierboven is bedoeld (vergelijk Commissie Gelijke Behandeling 9 oktober 2007, oordeel 2007-179, overweging 3.5). Het College kan derhalve het vaccinatiebeleid van verweerster en de uitvoering daarvan op 20 augustus 2021 toetsen aan artikel 7, eerste lid, onderdeel c, AWGB.

6.3 Het begrip ras wordt overeenkomstig het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van elke vorm van rassendiscriminatie ruim uitgelegd. Het omvat tevens huidskleur, afkomst, nationale of etnische afstamming. Het begrip nationaliteit in de AWGB moet worden begrepen als nationaliteit in staatkundige zin en is onafhankelijk van de feitelijke woon- en verblijfplaats. Verzoeker stelt dat hij is gediscrimineerd op grond van zijn niet-Nederlandse afkomst dan wel nationaliteit. Hij kan daarom een beroep doen op de bescherming die de AWGB biedt.

6.4 Het is op basis van de bewijslastverdeling aan verzoeker om feiten aan te voeren die onderscheid op grond van ras en/of nationaliteit kunnen doen vermoeden. Slaagt hij daarin, dan is het aan verweerster om te bewijzen dat zij niet in strijd heeft gehandeld met de AWGB (artikel 10, eerste lid, AWGB).

Onderscheid op grond van ras of nationaliteit?
6.5 Het College is van oordeel dat verzoeker geen feiten heeft aangevoerd die onderscheid op grond van ras of nationaliteit kunnen doen vermoeden.

6.6 Verzoeker voert aan dat de medewerkster van het tweede loket hem allerlei vragen heeft gesteld over zijn nationaliteit, verblijfstatus en zorgverzekering. Het was volgens verzoeker niet nodig om deze vragen te stellen voor het krijgen van een vaccinatie. Daarbij heeft de medewerkster verzoeker ook gevraagd om zijn zorgpas, om te checken of hij wel verzekerd was tegen ziektekosten. De vragen stelde zij op een onprettige toon en verzoeker zag dat zij deze vragen verder aan niemand anders stelde. Verweerster stelt hier echter tegenover dat de medewerkster van het tweede loket om de betreffende documenten heeft gevraagd om verzoekers identiteit en BSN te kunnen controleren. Omdat op verzoekers buitenlandse paspoort en Nederlands verblijfsdocument geen BSN staat, heeft zij hem gevraagd om zijn zorgpas te overleggen. Het is gebruikelijk dat bij personen met een buitenlands paspoort om de zorgpas wordt gevraagd om op deze wijze het BSN vast te stellen.

6.7 Het College overweegt dat op basis van dit feitencomplex geen vermoeden van onderscheid kan worden vastgesteld. Evenmin ziet het College in de geschetste gang van zaken enige aanwijzing dat verzoeker door de loketmedewerkster vanwege zijn afkomst of nationaliteit als minderwaardig is weggezet of anderszins in een negatief daglicht is geplaatst, zodat sprake zou kunnen zijn van een vorm van discriminatoire bejegening. De stelling van verzoeker, dat de medewerkster op een onprettige toon met hem heeft gecommuniceerd doet hieraan niet af. Verweerster bestrijdt dit, zodat dit niet als feit kan worden vastgesteld. Bovendien is van enig verband met de huidskleur of nationaliteit van verzoeker niet gebleken. Het feit dat verzoeker heeft gezien dat de betreffende medewerkster aan andere personen niet om deze informatie heeft gevraagd maakt evenmin dat ongerechtvaardigd onderscheid of discriminatoire bejegening op grond van ras of nationaliteit kan worden vermoed. Verweerster heeft duidelijk gemaakt dat dit is ingegeven door een foute handelwijze van de medewerker van het eerste loket. Uit de reconstructie door verweerster van verzoekers bezoek aan het vaccinatiecentrum blijkt dat de medewerker van het eerste loket abusievelijk niet volgens het beleid heeft gehandeld. Op basis van dat beleid vraagt de medewerker van het eerste loket om overlegging van de zorgpas als er geen identiteitsbewijs wordt getoond met BSN. Ook noteert deze medewerker het patiëntennummer op de gezondheidsverklaring zodat de medewerker van het tweede loket één en ander in het systeem kan registreren, zonder opnieuw om het BSN te hoeven vragen. De medewerker van het eerste loket heeft bij verzoeker beide handelingen abusievelijk niet verricht. Daardoor kon de medewerkster van het tweede loket de vaccinatie van verzoeker niet afhandelen zonder het BSN van verzoeker te controleren. Het College begrijpt dat verzoeker de situatie als vervelend heeft ervaren, te meer nu het voor hem niet duidelijk was waarom de medewerkster van het tweede loket aldus heeft gehandeld. Het College heeft er dan ook met instemming kennis van genomen dat verweerster aan verzoeker excuses heeft aangeboden voor de gang van zaken.

6.8 Het College komt tot het oordeel dat niet is gebleken dat verweerster jegens verzoeker verboden onderscheid op grond van ras of nationaliteit heeft gemaakt.

7 Oordeel

Veiligheidsregio Kennemerland heeft geen verboden onderscheid gemaakt jegens [. . . .] op grond van ras of nationaliteit.

Aldus gegeven te Utrecht op 1 augustus 2022 door prof. dr. B. Böhler, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S.B. Hester, secretaris.

 

 

prof. dr. B. Böhler

mr. S.B. Hester

Samenvatting oordeel